|
Artikelen | ||
|
Ernst van Altena
Tol Hansen
Klaas Wiltink
|
Van links naar rechts: Abraham Tegenwoordig worden mensen zodra ze de vijftig gepasseerd zijn meteen bij de ouderen ingedeeld. Zo wordt nogal eens via de krant een oproep gedaan aan mannen vanaf vijftig jaar om zich op te geven voor een kook cursus. Een kook cursus georganiseerd door de stichting welzijn voor ouderen. Als een kroniek schrijver zeker wil zijn van veel boze ingezonden brieven, moet hij niet iets vervelends over mensen schrijven, maar wel over huisdieren. Toch waag ik het er op, want mijn levenslange angst voor honden werd vorige week weer nieuw leven ingeblazen door moord die drie jonge Rottweilers pleegden op een kindje van zes jaar. Het houden van een hond als huisdier, poepdier, kakdier, is één van de onzindelijkste gewoonten gewoonten van de mens. Honden zijn niet lief, het zijn gedenutureerde , gedegenereerde kuddedieren en aasvreters , die verharen, zich kapot krabben, janken en blaffen en die- in het uiterste geval- nog dood en verderf zaaien ook. Veel honden zijn niet meer dan een vierpotig substituut van het gemis aan onderlinge menselijke warmte.
We leven in een tijd van snel. Dat is eigenlijk al één snel te veel. Ik was eerder klaar met dit stukje geweest als ik alleen maar even snel had geschreven! Kijk, in zo’n tijd leven we nou. De mens wordt tegenwoordig een stuk ouder dan vroeger en we leven zo snel, dat we er korter over doen. Weet U nog van de tijd dat het hele gezin ’s avonds om de tafel geschaard allemaal pannen en schalen ging zitten leeg eten? Waar haalden we de tijd vandaan! En dan na afloop van al dat tijdrovend geslikt, ging men met hand borsteltjes alle schalen en pannen weer schoon poetsen. Nee, tegenwoordig hebben we het snel diner! Ontzettend handig. Een warme maaltijd uit de vriezer. Het is alleen nog niet warm als je het uit de vriezer haalt. Waarschijnlijk in de haast even niet aan gedacht, maar in die vijf minuten magnetron kan je nog net even een kaarsje op de tafel aansteken. Natuurlijk kan het nog sneller! Het snellere snel diner zit er al aan te komen. Dan is de gehele maaltijd tot pap gemalen! Ja, daar is over nagedacht! Niet te lang, want daar heb je geen tijd voor, maar kauwen bleek al gauw de meeste tijd te kosten! Hup, slikken en wegwezen en op het voorplaatje van de verpakking zie je wat je geslikt hebt. Dan zegt vader niet per ongeluk:” Dat was een lekker biefstukje.” Terwijl er een gemalen karbonade in de pap zat. Nee, de vooruitgang is niet te stuiten. En dan zit je even van je gewonnen tijd te genieten bij je radiootje, schettert een gejaagde reporter uit het speakertje dat Peentje ritssluiting weer één seconde sneller was. Wat moet die man een hekel hebben aan schaatsen, dat hij er zo snel vanaf wil zijn! Ik begrijp het wel! Mina Ritssluiting zit thuis te wachten met haar sneldiner. De reporter stelt hem wat vragen maar heeft geen tijd de antwoorden af te wachten. De wedstrijd ging zo snel dat er toch niets over te vertellen is. Zo is volgens mij ook de uitdrukking ‘ ik heb zoiets van’ ontstaan. Je hoort het in elk praat programma. Er wordt geen mening gegeven want er was geen tijd om ergens over na te denken, dus wordt het ’zo iets van ’Ja de wereld gaat aan vlijt ten onder. Gezegend zij de mens die maar wat rondlummelt, overal zes keer over na moet denken en ‘s nachts om twaalf uur last heeft van een ochtend humeur. Je moet maar altijd de tijd hebben om je te haasten.
s Avonds na het eten trekken mijn vrouw en ik skischoenen aan. Lompe dingen, waar je alleen maar al stampend en op een onelegante wijze mee kunt lopen. Mensen die aan de deur komen denken wellicht:'’ Een vreemde familie "“Hoofdschuddend gaan ze dan ook weg. Het zal mij een worst zijn wat ze denken, wij gaan gewoon op wintersport en dat kan alleen met een goede voorbereiding. Daar hoort ook bij dat de voeten alvast wennen aan de skischoenen. Maar ook onze spieren komen aan de beurt. Wij gaan al weken naar de sportschool om spieren die je bij het skiën gebruikt, zoveel mogelijk te ontwikkelen. Dat hebben ze ook op mijn werk goed kunnen zien. Als ik mijzelf weer eens behoorlijk op de sporttoestellen had gepijnigd liep ik de volgende morgen voetje voer voetje al kreunend door het bureau. Elke stap deed zeer. Dat is nu over, ik ben er klaar voor. Elk jaar kijk ik er naar uit. Wintersport is een fantastische doe- vakantie. Als je de berg afsuist vergeet je alles. Het enige waar je aan denkt is :” Hoe kom ik zo prettig mogelijk, zonder onderuit te gaan, met de anderen beneden. Het even alles vergeten is voor mij belangrijk. Het hele jaar loop ik met een semafoon en hand telefoon op zak. Dat betekent dat ik bijna nooit los kom van m’n werk. Daar klaag ik niet over, het hoort nu eenmaal bij mijn baan. Maar die spullen kunnen nu fijn thuis blijven. De vijf kranten die ik dagelijks lees, komen op een grote stapel te liggen en als ik terug kom, wordt het uren worstelen om het belangrijkste nieuw door te nemen. De actualiteiten rubrieken die ik, soms tot groot verdriet van mijn vrouw, nooit oversla, bereiken het skioord niet. Tijdens de vakantie even geen kranten en ook geen radio en geen televisie. Dat is prettig, want de laatste weken zijn door de parlementaire enquête over de Bijlmer ramp behoorlijk hectisch geweest. De ene onthulling was nog niet achter de rug of de volgende kwam al. Of, wat de ene dag een onthulling was, werd de volgende dag weer tegen gesproken. In elk geval gaf het behoorlijk wat spanningen bij de hulpverleners, die soms dagen achter elkaar op het rampterrein hebben gewerkt. Ook spanningen bij de politie. Zo een 700 politie mensen hebben zich bij de korpsleiding gemeld, omdat ook zij in de Bijlmer uren in touw zijn geweest en zich, net als vele anderen zorgen maken. Maar goed, voor mij even rust. Even geen parlementaire enquête, even geen criminaliteit, even geen journalisten. Onze oude hond gaat naar een revalidatie pension, de papagaai is bij kennissen en schreeuwt daar zijn keel schor, de vogels worden verzorgd door de buren en wij, wij gaan genieten in de sneeuw. Harmen Siezen Mijn broertje was acht. Alles wat hij niet wou, wist hij toen al op flinke afstand te houden. In dit geval de dood…. “Ik wordt tachtig!” Het klonk als een bezwering. Voor hem was tachtig hetzelfde als het eeuwige leven. En nu wordt mijn schoonmoeder tachtig. Zover is het nog niet als wij haar onverwachts opzoeken. “Wat leuk!”Enthousiast gaat ze ons voor naar de kamer. Ze zijgt neer in haar leunstoel, plooit haar zonnige gele outfit goed en valt met de deur in huis. “Als jullie niks voor mijn verjaardag weten, dan weet ik wat! Geen boottochtje!Dan mogen we wel tien boten bestellen. Ik heb liever een bloemenabonnement!” Ons oog valt op het bosje hortensia’s met gulden roede op de tafel.”Die heb ik gewoon uit de tuin.”Ze veegt haar eigen bloemsierkunst driest van tafel. Ze heeft heel andere boeketten voor ogen. “In de Kaag is een boerderij waar je dat kan bestellen. Om de week krijg je een boeket, een heel jaar lang!” Ze ziet het al helemaal voor zich. Ook wat er mis kan gaan”Ze moeten niet van die gigantische boeketten komen, want dan zie ik de TV niet meer.”Ze peinst hardop verder. “Ook niet van die bloemen die maar niet dood willen. Dan zit ik met een paar weken met een kamer vol bloemen. Kees heeft het praktische niet van een vreemde. “Een begonia op zijn tijd vind ik leuk. En met Pasen natuurlijk een paastak met iets er aan. Daar is ze goed in! Zo handig en artistiek als ze is.” Dat brengt Gre op nieuwe ideeën. “Met kerst kan ze dan een kerststukje voor me maken. Dat kan ze ook prachtig. En in Februari iets met sneeuwklokjes.” Het hele jaar bloeit op voor haar ogen. Ze glundert er van. Dus stevenen wij regelrecht naar de Kaag. Op het erf is geen hond te zien, behalve een verouderd exemplaar dat zonder omwegen zijn neus in mijn kruis steekt. Wij lopen door de open achterdeur de bijkeuken in. Daar staat een veelbelovende pronkkast vol aardewerk. Voor ik de kans krijg er in te snuffelen, duwt Kees me de volgende deur door. Daar zit acht man rond de tafel te eten.”Je moet hier niet wezen. Die bloemen mochten hier niet meer. Ze zit nou in Spanbroek naast Deen.”Wij er heen. Het kan niet missen. Buiten staan van die hebbedingen, waar ik alweer dreig vast te plakken. Met geoefende hand duwt Kees me wederom als stootkussen de deur door. Achter de toonbank staat een artistieke dame met kittig paardenstaartje. Ze begrijpt meteen wat voor abonnement het moet worden. De prijs valt mee. “Moeten we het hele bedrag vooraf betalen?”Typisch Kees. De bloemenvrouw kijkt hem diep in de ogen met omfloerste blik. Ze begint te fluisteren. Bloeit hier iets op?” ”Uw moeder wordt tachtig!”In een flits zie ik mijn broertje weer met zijn bezwering van tachtig. En dan komt het. “Mocht uw moeder voortijdig heengaan, dan zetten we het resterende bedrag gewoon om in graf werk. Anne Vellinga
Het spel kaarten "Kijk luitenant, als ik naar het aas van het spel kijk, dan weet ik dat er maar één god is, en de twee verteld me dat de bijbel in twee delen verdeeld is, het oude en het nieuwe testament. Beste mensen, dit was een waar verhaal. Ik weet het zeker, want die soldaat, dat was ik. (ik was het niet) Anton!
Als er één veteraan is, ben ik het!!! Door Peter Zethoven Vechten in Indonesië, Korea,Libanon of deelnemen aan andere V-N operaties maken je - als je het kunt navertellen- veteraan in ons land. Flauwe kul vind bijna 95 jarige Piet Klaver uit Nieuwe Niedorp: “Als je in Nederland hebt gevochten tegen de Duitsers, word je niet genoemd.Toch gek !?. Want als er één veteraan is ben ik het wel.” Overigens, veel heeft Piet niet op met door vele anderen zo gepolitoerde soldaten leven. Een rijmpje uit zijn diensttijd zegt hem nog veel: Als je je vader hebt vermoord , en je moeder hebt vergeven, ben je nog steeds te goed voor het soldatenleven!. Ontbijtje Toch wel gezellig, dat veteranen ontbijtje met de burgemeester Franc Weerwind van Niedorp gisteren met de overige circa 15 Niedorper veteranen. Piet:”Dat is toch wat. Alle veteranen worden uitgenodigd, die in Libanon, Korea of Indonesië hebben gevochten. Maar wij die in Nederland tegen de Duitsers hebben gevochten niet. Zijn ook duizenden mensen gesneuveld aan het front in ons land. Die gedode soldaten, die terugkomen uit Afghanistan, verschrikkelijk. Maar de soldaten van nu zijn beroeps. Verdienen er goed geld mee. Wij werden in September 1939 gemobiliseerd en kregen een wedde van 1 gulden en 5 cent. Eerst drie dagen in een lege school in Den Helder. Daarna ’s nachts met de trein naar Utrecht en Amersfoort. Infanterie. De loopeenden! Oefenen met tenten opzetten. Kijk ik heb nog een foto. Het soldaten leven is overal hetzelfde. Of je nu op Java zit , heuvel 47, in Korea of op de Amersfoortse hei, ’t maakt allemaal niet uit. Je word overal uitgeleverd aan één grote zwijnerij. Waar haalde Hitler in godsnaam zijn geld vandaan voor de wederopbouw? Duitsland had geen stuiver meer na de eerste wereldoorlog. Geleend van Amerioka en Engeland via Zwitserland moet je maar denken. Waar had het anders vandaan moeten komen? Racefiets Piet is verknocht aan zijn racefiets en is wellicht de oudste Nederlandse toerfietser.Duizenden kilometers gefietst met zijn vriend Schagenaar Piet Vink. Met de Schager kermis hebben ze gevierd, dat ze al weer twintig jaar met elkaar fietsen. Piet:’’ Eerst zijn we naar de Ark gereden en daarna een paar potjes gedronken op de Schager kermis.” De post brengt een keurige brief van het gemeentehuis met de uitnodiging voor het veteranen ontbijt in’t Readhuysje in Barsingerhorn. ‘Ze zeiden dat ik geen uitnodiging zou krijgen, omdat ik in Nederland had gediend. De meiden in het gemeentehuis hebben in ieder geval smakelijk gelachen om mijn verhaal. Overgave “Hoe dat ging met die inval van de Duitsers in ons land? Nou,wij hadden armspieren als kabeltouwen van het loopgraven aanleggen. In die vijf dagen dat we in mei 1940 onder vuur lagen, werd het steeds chaotiser in het leger. Ik weet wel, dat ik door die vijf dagen keihard ben geworden. Er sneuvelden ook mensen om je heen. Anderen verloren uit angst al hun haar. Of kregen van angst een spierwitte haardos. Ik niet. Maar je scheet wel peulen. Vooral toen de Duitsers al bij Amersfoort waren en je ’s nachts moest wachtlopen in die loopgraven. Als er ergens een takje brak in het donker, klopte je hart in je keel.” De overgave een paar dagen later staat hem nog helder voor de geest. “We moesten onze wapens inleveren en werden geinterneerd in een leegstaande kazerne in Utrecht. Na veertien dagen mochten wij, de agrariers, naar huis. De moffen beschouwden ons als onmisbaar voor de voedselproductie. De andere soldaten gingen onmiddellijk op transport naar fabrieken in Duitsland. Daarvan zijn er weinig terug gekomen.”Piet werd geboren in de Beemster. “Mijn vader had een boerderij in de Beemster, achterin het Hobredepad. Daar ben ik ook geboren. Later in 1921 , kocht hij een boerderij aan de Hoogwouderkant van de Langereis. Tuinderij Nadat ik in 1940 was getrouwd met Siebregtje Genee kochten we een tuinderij aan de Nieuwe Niedorpse kant. Siebregtje is alweer zo een acht jaar weg. We kregen samen negen kinderen; een elftal met elkaar.Allemaal redelijk sportief. Elfsteden rijders en zo. Wel Leuk. Nice Beans Eenmaal thuis in 1940 raakte Piet bij de ondergrondse. Hij verleende onderdak aan joodse mensen, geallieerde vliegers, of zo maar aan nederlanders, die niet tewerk gesteld wilden worden in Duitsland. Van Generaal Dwight Eisenhouwer na de oorlog een dankbetuiging plus ééntje van de Canadeese geallieerde commandant. “Een keer kreeg ik bezoek van Nederlandse SS ers. Het grootste uitschot, dat er was. Ze hadden me op een motor zien rijden en die kwamen ze in beslag nemen. Ik tegen die vent:’Moet je wel een motor hebben.’ Zoek maar. Misschien vind je mijn vliegtuig ook.’ Ik had mijn revolver onder handbereik liggen, uit het zicht. Maar ik had ze zonder pardon doodgeschoten als ze hadden gezegd dat ze me mee zouden nemen.Zo verhard was je. Maar denk nu niet dat alles kommer en kwel was. We lachten ook wat af. Mijn eerste Engelse woorden leerde ik van een Engelse vlieger, ik vergeet het nooit. ’s Avonds aten we bonen. Zegt hij:’” Nice Beans” Barstte iedereen aan tafel in lachen uit Perplex Maar er ligt ook een overlijdens bericht bij de dankbetuigingen. Van Walter Henneman uit Alkmaar, die op 10 Januari 1949 op 23 jarige leeftijd sneuvelde op Java bij Magalang. Zijn staalblauwe ogen kijken er dromerig naar. ”Goeie jongen. Wilde niet naar Duitsland voor de arbeitsinzats. Dus kwam hij bij ons onderduiken. Een paar jaar later, toen die rot oorlog al lang achter de rug was, sprak ik hem weer. Moest hij als dienstplichtige naar Indonesië. Dus zei ik lacniek: ”Dus dat wordt weer onderduiken aan de Langereis?’ Maar hij wilde de gevangenis niet in, die onvermijdelijk wachtte, als hij niet naar Indië ging. We waren perplex toen de kaart door de post werd bezorgd. Dreëntwintig Jaar. Nu bijna zestig jaar geleden. Met hem had ik bijvoorbeeld graag een paar krentebollen genuttigd bij dat veteranenontbijtje.
|