Anton | presentaties | Nieuwe pagina | artisten | Oude platen no 4 | Nieuwe pagina | Brieven | Gedichten | Artikelen | Boerderijen | Foto's | Mp3 nummers | Krijgsgevangene 1943 - 1945 | Krijgsgevangene 2 | Krijgsgevangenen 3 | Krijgsgevangene 4 | Garnalen vissen | linken | Titels cd nummers | Vacantie reizen

Top                                                                  

 

 De trein Ontvangst  In het kamp  Kampleven  Seidel en Naumann

   Fabrieks werk   De pakketten   Kerstmis   Straffen

   Medische verzorging   Wandelen   Wandluizen  Vluchten  Liefde

                                                    

           http://home.hetnet.nl/~jumpertz_hetnet/    Andere belevenissen                                                                   Film

 

De Duitse televisie heeft een film uitgezonden in Februari 2005 over het bombardement van Dresden in Februari 1945. De stad werd grotendeels vernietigd. In de film komen overlevenden aan het woord die hun ervaringen van toen vertellen. Ook piloten die gebombardeerd hebben komen aan het woord.

De film geeft veel weer wat wij ook ervaren hebben. Natuurlijk zijn stukken na gespeeld, maar ook originele gedeelten. Nu opgenomen van de zender België twee met nederlandse ondertiteling.

Ik ben in het bezit van de video band over het bombardement. ( Nu ook op DVD)

 

Er is een boek geschreven door krijgsgevangenen en dat is heel vlug na de oorlog uitgegeven. Het boek is getiteld "Prikkeldraad" en is geschreven door : Bob Entrop en Joh Mulder. Is uitgegeven door Delftsche uitgevers maatschappij te Delft.

Omdat het is gedrukt op heel slecht papier heb ik het (helaas in de tegenwoordige taal) overgetyped en op een CD gezet. Het was moeilijk te kopiëren of te scannen.

 Ik heb Bob Entrop ( ik heb nu wel contact gehad met Tom Entrop en die kon het boek nog kopen) niet meer kunnen achterhalen maar er zijn toch heel wat boeken van verkocht denk ik.

Iemand die de CD wil hebben kan ik een Kopie sturen tegen de kostprijs. Nu ook toezending als PDF

Anton




 

Klik op het gewenste hoofdstuk

             

Terugvoering in krijgsgevangenschap

 

                     Oproep van Grenadiers beneden rang van officier

 

Herinneringen

 

         Bekendmaking

Ten vervolge van de op 29 April 1943 in de dagbladpers gepubliceerde bekendmaking van den Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden betreffende terugvoering in krijgsgevangenschap van de voormalige Nederlandsche weermacht worden, bij deze, voor aanmelding opgeroepen:

Het dienstplichtig en reserve-personeel beneden den rang van officier van het regiment grenadiers en alle in de jaren 1939 en 1940 uit dit regiment voortgekomen oorlogsonderdelen , voor zover bedoeld personeel in Mei 1940 in werkelijken militairen dienst was.

Bedoeld personeel moet zich melden in het “Wehrmachtslager “te Amersfoort, Zonnebloemstraat , en wel:

degenen, die geboren zijn in de jaren 1924 tot en met 1915 op 29 Mei 1943;

degenen , die geboren zijn in de jaren 1914 tot en met 1904 op 1 Juni 1943; op beide dagen tusschen 8 en 12 uur.

Bij de aanmelding moeten worden overlegd het persoonsbewijs , de distributiestamkaart en voor zover mogelijk militaire indentiteits papieren.

Degenen , waaronder ook begrepen de in Duitsland werkende “grensgangers “voor wie een “Bescheinigung “ ( verklaring van onmisbaarheid ) afgegeven is , moeten dit bewijs bij hun werkgever of bij de instantie , die hun belangen behartigd, opvragen en bij de aanmelding tonen. Na de melding moet de “Bescheinigung “ zo spoedig mogelijk weder aan den werkgever resp. de instantie die de belangen behartigd, worden terug gegeven. De werkgevers zijn verplicht degenen , die zich moeten melden , daarvoor in de gelegenheid te stellen en hun het loon ( salaris ) gedurende den verzuimden tijd uit te betalen.

De Nederlandse spoorwegen verlenen aan alle voor de aanmelding opgeroepen personen vrij vervoer derde klas. Degenen, die tot aanmelding verplicht zijn, moeten zich hiervoor vervoegen aan de loketten , en bij de stations chef, van het station van vertrek.

Kleding: voor zoveel mogelijk uniform, anders burger kleding . Dringend wordt aangeraden daagse en Zondagsche kleren, wollen dekens, ondergoed en extra schoeisel., alsmede kookgerei en lepel mee te brengen. De gezamenlijke bagage mag niet meer bedragen dan twee normale handkoffers

Van aanmelding zijn vrijgesteld personen, die zich op 25 mei 1943 voor den Arbeidsdienst in Duitsland of in de door de Duitse weermacht bezette gebieden buiten Nederland bevinden.

Wie geen gevolg geeft aan de oproeping van den Wehrmachtsbefelhaberin den Niederlanden of zich op andere wijze aan de terugvoering in krijgsgevangenschap tracht te onttrekken ,moet rekenen op de strengste maatregelen . Dit geld ook voor personen die de betrokkenen bij dergelijke pogingen steunen.

 

 

 

          

 

Den Haag ,1943

                                                        Herinneringen van Anton van de Kreeke

 

 

 

 

                   Soldaten moeder Mvr. Hidding 
                                              

 

De Trein

 

We zaten al drie weken achter het prikkeldraad in kamp Amersfoort. We, dat zijn enkele honderden

soldaten die in 1943 op moesten komen en krijgsgevangenen werden. Toen werd ons plotseling op een ochtend tijdens het morgen appel meegedeeld dat we ons onmiddellijk klaar moesten maken om te vertrekken. Onmiddellijk betekende meestal wel dat het nog wel lang zou duren. Maar nu ineens kregen de Duitsers haast en werden we opgejaagd want we moesten naar de trein voor transport. Met het nodige geschreeuw werden we opgesteld in colonne en sloften we met onze bagage naar het station. Steeds liepen de Duitsers langs de colonne en herhaalden aldoor dat wie een poging zou wagen om te vluchten neergeschoten zou worden. Na een mars van ongeveer een uur kwamen we op het station, maar de trein was er nog niet. Wachten betekende dat je in het gelid op de plaats rust mocht staan , maar beslist niet lopen. Verschillende treinen kwamen langs maar vertrokken ook weer. Eindelijk na misschien wel twee uur kwam er een goederen trein binnen rollen, allemaal dichte veewagens. Dat bleek de trein voor ons te zijn. Nu moesten er enkele aan het werk om in elke wagon een baal stro te brengen en een olievat wat doormidden gezaagd was We werden in groepen van 40 man verdeeld en moest je met die 40 man in een wagon waar je dus maar heel weinig ruimte had. Met veel lawaai werden de deuren dicht gegooid en daar zaten we. Allen waren we stil , ieder met zijn eigen gedachten. Alleen door een heel klein vierkant raampje zonder glas maar wel met prikkeldraad ervoor konden wat lucht krijgen. Het olievat was om je behoefte in te doen, maar gelukkig kon de deur op een kier.

Het is onvoorstelbaar maar toch wisten we elkaar weer zo op te beuren dat er weer een goede stemming ontstond. Het werd bloedheet en de trein bleef maar stilstaan. Eindelijk het liep al tegen de avond , toen we vertrokken. Gelukkig hadden we alles wat eetbaar was meegenomen en drinken hadden we ook genoeg, nog wel.!!

Wie er op het idee kwam weet ik niet meer maar we gingen briefjes schrijven met het adres er op en gooiden die uit de trein. ( mijn brief kwam nog terecht ook ) Je was weer even bezig en vergat je ellende. Het werd donker en de trein bleef ergens stilstaan maar we mochten er niet uit. Eindelijk kwam er weer beweging en reden we verder, de zon brandde op de wagens en het werd weer bloedheet. Zolang de trein reed ging het nog wel maar bij stilstand was het niet om uit te houden. Gelukkig kwam er een moment dat we op een station stonden en mochten we er uit, er was water en een latrine .( een houten balk waarop je naast elkaar boven een gat je behoefte kon doen ) en alles onder toezicht van de Duitsers met het geweer in de aanslag.

De reis duurde zo drie dagen , we kregen alleen een homp brood en water, dus alles wat we meegenomen hadden raakte ook op. Toen we uitstapten stonden we op een kale zandvlakte in de gloeiende zon. We hadden honger en dorst.

De Duitse bewakers vertelden ons dat we nog een uurtje moesten lopen en dan kregen we eten en drinken. Dat uurtje werd echter wel drie uur want we konden haast niet meer lopen, we sjouwden ook nog de spullen mee, kleding enz. . Af en toe mochten we even rusten en na een paar uur kwam er een kamp in zicht. We schrokken ons rot, hoge palen ,drie rijen en daar tussen allemaal prikkeldraad. Op de hoeken stonden hoge wachttorens met bewakers die het geweer aan de voet hadden. Binnen in het kamp zagen we veel gevangenen lopen , en wij liepen wel een uur langs het kamp , geweldig groot was dat. We kwamen bij een grote poort en hoe is het mogelijk we waren blij dat we binnen waren. we dachten alleen maar een eten en drinken na deze helletocht . Dat pakte echter wel even anders uit.!!

                    

 top                                              Ontvangst in kamp Mulhberg

 

Tekening van Hr Uchtmann. Jan Karelse zoekt medegevangenen uit Stamlager IV b  Mulhberg a/d Elbe

 

 
Mulhberg

 

We waren binnen en hoe ..... het was een haveloos zootje . Stel je voor, drie dagen opgesloten in de trein, meestal bloedheet, je niet kunnen wassen of scheren en bij aankomst nog een heel stuk lopen over een zandvlakte in een bloed hete zon , en tevens nog erge honger ook. We waren niet om aan te zien. Gelukkig mochten we nu eerst drinken maar daarna volgde meteen weer een telling want we moesten over gedragen worden aan de kamp leiding. Eindeloos die tellingen van de Duitsers, het klopte nooit. We moesten langs lange tafels om ingeschreven te worden, wat door andere gevangenen werd gedaan onder toezicht van de Duitsers. Nu moesten we de kleding die we aldoor meegesleept hadden inleveren en ons tevens helemaal uitkleden en dat ook afgeven, alles moest ontluisd worden!! Die kleding hebben we nooit meer teruggezien.!

Wij moesten naar binnen en daar stond een hele rij Russen met tondeuses en wij werden helemaal kaal geknipt.! Je herkende elkaar bijna niet meer. Ondanks alles moesten we toch soms nog lachen ook. We kregen nu een stukje stinkende zeep (een soort carbol lucht)en moesten we een grote zaal in waar tientallen douches waren. We konden nu douchen en daarvan kwamen we aardig bij maar bij de uitgang stond weer een Rus die ons met een kwast nog een lik stinkend en bijtend spul onder de oksels en over de schaamharen gaf. Drogen konden we ons voor een heel grote ventilator waar warme lucht uit kwam.

Nu kregen we weer kleding maar niet die van ons eigen. Eerst de onderkleding, een lange onderbroek en een hemd, voor mij natuurlijk veel te groot maar daar werd niet naar gekeken. Ook kregen we nu een uniform maar dat was van het Franse leger en bestond uit een plusfour ( is een broek ,wij noemden het een bollenzak ) en een tuniek. Sokken bestonden daar nog niet, je kreeg voetlappen en die moest je wel op een speciale manier aan leren doen, en dan in een soort klompschoenen steken. Je mocht de broek en tuniek echter niet aantrekken want er moest eerst met rode verf een driehoek op de rechter knie en achterop de tuniek geverfd worden. Hiervoor werd een mal verstrekt die je om de beurt kon gebruiken wat natuurlijk ook weer eindeloos duurde, en je verrekte nog steeds van de honger. Hierna kregen we wat persoonlijke spullen terug zoals pen potlood en papier en werden ook eventuele brillen weer terug gegeven.

Nu kregen we ook ons nummer met een plaatje ( ik had 97223 ). Dat nummer heb ik zo dikwijls op moeten zeggen dat vergeet ik nooit meer. Nu werd er weer geteld en gingen we op weg naar ons nieuwe verblijf door een straat met aan weerszijden grote barakken. Wij kregen met tweehonderd man ook een barak en waren dus eindelijk aan het eindpunt.

Een uur later ging de bel voor het eten. We kregen een halve liter koolraap soep en twee sneden zuur brood . Omdat we zo’n honger hadden aten we alles gelijk op, en dat was een grote fout want het brood was voor de volgende dag bedoeld......

 

 

 top 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het kamp

 

We hadden kleding gekregen en moesten toen afmarcheren naar een barak, onze nieuwe verblijf. Onvoorstelbaar zo groot dat het kamp was. We liepen door een straat met aan beide kanten grote barakken, ja zelfs langs de kant van de weg stonden bloembakken met bloeiende planten, niet voor te stellen. Na ongeveer een kwartier lopen, het was meer sloffen , kwamen we bij een lege barak die voor tweehonderd man van ons werd aangewezen. Toen we binnen kwamen zagen we tafels staan met banken erbij en elke tafel was voor tien man. De bedden stonden drie hoog langs de kant alles met heel weinig ruimte er tussen . Een bed was twee plankjes met een ruwe jute zak erop die gevuld was met een soort houtwol wat na twee dagen zo hard was als de plank die er onder lag. Ik pakte maar het hoogste bed wat later een goede keuze bleek te zijn. Er werd meteen een barakken commandant benoemd en voor elke tafel een tafel commandant. De Duitsers riepen altijd meteen om de barakken commandant want die was overal verantwoordelijk voor. Nog steeds hadden we niets te eten gekregen maar nu was het toch eindelijk zover.

Weer aantreden en afgemarcheerd naar de uitdeling van het eten. Wij waren zeer benieuwd. We kregen van iemand, die we ook weer niet verstaan konden, een pollepel koolraapsoep en van een ander weer twee sneden zuur Duits brood. In de soep dreven wat blokjes koolraap en de rest was meer water dan soep. We hadden echter erge honger en dan eet je alles, ook het brood aten we meteen op. De vergissing was dat het brood voor de volgende dag was.

Nu we gegeten hadden werden we toch wel nieuwsgierig wat er in de rest van het kamp was. Al heel vlug wisten we dat wij niet de enige Hollanders waren, er zaten er veel en veel meer, die waren er al voor ons. Veel werd er gevraagd ,maar het meeste waren ze geïnteresseerd in wat wij nog hadden. Er werd nl. levendig gehandeld in het kamp. Er waren zeer veel Fransen ,Belgen ,Serven , zelfs Zuid Afrikanen, teveel nationaliteiten om op te noemen. De Engelsen en Amerikanen waren apart , daar konden we niet bijkomen. We probeerden wat contacten met de Fransen te maken , die hadden van alles want die kregen pakketten van het RODE KRUIS en daar zat van alles in.

Zo verliep onze eerste avond maar om acht uur moest alles binnen zijn. De één had nog meer te vertellen dan de ander. Veel gingen er al naar bed maar ze waren er ook weer vrij snel uit want het barstte van de vlooien. Gelukkig had ik er geen last van , ze zeggen wel eens als je met paarden omgegaan hebt lusten de vlooien je niet meer ! Ik had ook het voordeel als ik mijn hoofd neerlegde onder welke omstandigheden ook , dan sliep ik tot de volgende morgen.

Het wakker maken deden de Duitsers met zeer veel kabaal, Aufstehen , Aufstehen en met dreunende laarzen liepen ze dan door de barak. Snel, snel , over vijf minuten appel buiten. Iedereen schoot dan in de kleren rende naar buiten want als je te laat kwam zwaaide er wat. Dan volgde weer het eindeloze tellen , meestal met drie man en ze telden net zo lang tot het klopte. Alsof je ergens heen kon !! Soms telden ze wel een kwartier lang. Nu konden we toilet gaan maken. Er waren heel lange bakken met een aantal kranen er boven daar kon je wassen en scheren, overdag was er geen water. Dan was het eten en dat moest allemaal ordelijk gebeuren. Ieder moest aan tafel zitten en dan hield de barakken commandant een ogenblik stilte. Het is misschien tegenwoordig niet meer voor te stellen maar er was een geweldige discipline. In het begin hadden we s’morgens niets te eten en met de middag ook niet... Er waren grote kerels bij die in veertien dagen niet meer te herkennen waren zo mager. Alles ruilden we voor eten, een mooie vulpen die ik had bracht èèn sneetje brood op en een goed horloge kon je drie sneden brood voor krijgen. Je begreep niet hoe sommigen er aan kwamen. Gelukkig had ik Klaas als kameraad en die was kapper. Hij had zijn kappers spullen mogen houden en nu knipte en schoor hij de bewakers en verdiende daar menig sneetje brood mee wat hij trouw met mij deelde. Dat was het begin in kamp Mülberg.

 

 

 

 

 

Kampleven

Hoe is het mogelijk dat de computer is als de hersens van een mens.... je slaat wat op in de computer en als je dat na 50 jaar weer vinden kan is het er weer. De hersens van een mens bevatten ook zeer veel cellen en als je daar in gaat zoeken komen er weer dingen boven waar je jaren niet aan gedacht hebt.

Het is niet te geloven maar als ik aan het schrijven ben komen er ook dingen boven waar ik nooit meer aan gedacht heb. Ik zie het kamp weer als een foto voor me, de straat ,de barakken ,was gelegenheden en de latrines niet te vergeten. Bij de latrines gonsde het van de vliegen, dat er nooit iemand ziek geworden is begrijp je niet. Er waren ook sport velden ,een voetbal veld en handbal velden, maar alles was harde zandgrond. Ook kon er korfbal gespeeld worden en er werd aan gymnastiek gedaan. De Fransen en andere nationaliteiten die dus vodoende te eten hadden omdat ze voedsel pakketten kregen, maakten hier ook veel gebruik van. We hadden ook helemaal niets te doen en je verveelde je rot. Het was bloedheet en de hele dag op bed liggen was ook niet alles, meestal zaten we maar in de schaduw en vertelden we aan elkaar onze belevenissen en wat wij voor werk gedaan hadden. Wij werden ook uitgenodigd door de Fransen om te sporten en wij deden trouw mee want dan kreeg je ook van alles te eten van ze. Hoe het mogelijk was dat er overal wat te eten vandaan gehaald werd begrijp je niet , want na de eerste veertien dagen had iedereen toch wel wat extra’s. Alleen waren er die vervelende Duitsers die je drie keer per dag lieten aantreden en dan weer telden, soms op de raarste tijden. Er werden damborden gemaakt er waren Fransen die weer schaakten, en ook muziek instrumenten waren er. Bij onze groep waren heel wat muziekanten dus die hadden ook vlug contact ( en weer extra eten ). Zelf kon ik ook redelijk goed schaken en schaakte daar met een Fransman wat ook weer eten opleverde dat ik weer deelde met Klaas. Soms kregen we aardappelen ( pelkartoffel ) al naar gelang van grootte kreeg je er twee of drie bij de koolraap soep, dat was dagelijkse kost. De aardappelen pelden we en van de hele barak was dat wel een halve emmer met schillen. Daar kauwden we de volgende dag weer op en dan maakten we er ballen van die we over de prikkeldraad gooiden naar het Russenkamp, die ze dan opaten. Die kregen bijna helemaal niets eten en daar waren ook geen voedsel pakketten. Ze stierven daar dan ook als ratten.

We moesten ook de barak schoon houden en om de beurt had er een tafel ( tien man dus ) korvee dienst. Alles werd gecontroleerd door de Duitsers. Er waren er wel bij die niet zo beroerd waren als ze maar alleen waren want ze waren bang voor elkaar. Hun hing altijd de straf boven het hoofd dat ze naar het Oostfront gestuurd werden.

De geruchten over het verloop van de oorlog deden iedere dag de ronde. Er was ergens wel een radio, vergeet niet dat de Duitsers zelf ook niet veel hadden en met chocola of koffie of sigaretten werd er ook in het geheim met hun gehandeld. Die Fransen zaten daar al drie jaar en kenden alle slinkse wegen daarvoor.

Nu gingen er weer geruchten dat wij te werk gesteld zouden worden . Hele lijsten van beroepen werden er gemaakt allemaal voor niets want je werd later gewoon aan gewezen. Het zal ongeveer na vijf weken geweest zijn dat de eerste groep wegging, je wist natuurlijk niet waar naar toe, maar het was misschien wel beter dan in dit kamp dachten we. Ook uit onze barak werden er kleine groepjes weggehaald. Toen ineens moest er een groep van honderd man naar een fabriek werd er gezegd en daar werden Klaas en ikzelf ook voor aangewezen. Spanning volop, het was weer je schamele bezittingen oppakken en weer naar de trein en in de veewagens . Opgesloten reisden we enige tijd, ik weet niet meer hoe lang maar dezelfde dag stapten we uit op het station van Dresden. We werden weer in rijen opgesteld en marcheerden weer het ongewisse tegemoet. Het bleek dat we naar de fabriek van Seidel en Naumann aan de Hamburgerstrasse gingen. Natuurlijk werden we weer opgesloten , nu boven in een grote zaal boven de fabriek en die werd beneden electrisch afgesloten.

 

 

Henk v.d. Horst

Tafel comandant

Seidel en Naumann

In het lager boven de fabriek ging het weer hetzelfde als in Mülhberg ook weer de verdeling in tafels en bedden. Barakken commandant en tafel commandanten werden benoemd en als je het zelf niet deed werden ze door de Duitsers aangewezen. De ramen waren van tralies voorzien en we konden nu ook niet naar buiten dus was het geen verbetering. Het enige lichtpunt was dat we elke dag met een handkar aardappels halen moesten voor de keuken. Je kon dan altijd wel wat mee pikken . Ook lukte het nog wel om een paar sigaretten peukjes uit de goot op te rapen, ( drie peukjes was een sigaret ) er waren rokers bij die soms nog een half sneetje brood ruilden voor een sigaret.

Na een week daarboven gezeten te hebben moesten we naar de fabriek en daar keken we ons ogen uit ... allemaal meisjes van 17 tot 20 jaar. Het waren er tientallen ,die waren opgepakt in Rusland om te werken in de fabrieken. Toen ze onze uitgehongerde gezichten zagen pakten ze hun eigen brood en gooiden daarvan stukken brood naar ons. Nou, dat raakte de grond niet !.

We werden nu in groepen ingedeeld om te werken en wij moesten met een oud mannetje mee. Die bracht ons naar een houtopslagplaats en daar moesten we stapels plankjes omleggen met latjes er tussen om te drogen. Deze stapel moet klaar vandaag werd ons meegedeeld, nou dat was makkelijk te doen. We hadden nu een zekere mate van vrijheid en konden de omtrek rustig verkennen . Het was een heel groot terrein en verderop zagen we een barak wat een keuken bleek te zijn. Regelmatig zagen we meiden naar buiten komen die daar werkten. Ze moesten dan wat in de vuilnisbak brengen en daar waren wij wel nieuwsgierig naar. Wij gingen kijken ( stiekem natuurlijk ) en het bleek dat de russinnen expres eten in de bakken gooiden voor ons.... Het was wel niet veel bijzonders maar wel eetbaar. Ook was er nog een andere vuilnisbelt van de fabriek en daar vonden we ook heel wat. Het was prachtig weer en het werk was goed te doen ,we hadden het goed voor elkaar. Er kwam nog een keer een auto met rapen voor de keuken en die moesten we lossen, natuurlijk rapen voor ons. Mijn kaken deden na een dag zo’n zeer dat ik bijna niet meer kauwen kon door het eten van die rauwe rapen.!

Een gedeelte van de fabriek stond ook op dit terrein en ik ontdekte dat je zomaar naar binnen kon lopen. Twee trappen naar beneden en dan kwam je op de stookplaats. Daar zat een lange sombere man met een snor op een kruk. Hij vroeg wat en wie ik was en toen ik hem vertelde Hollander te zijn kreeg ik een snee brood van hem en mocht het niemand zeggen. Hij was een man van heel weinig woorden. Een heel goede Duitser en later toen ik het beter had ben ik nog veel daaronder geweest en kreeg hij sigaretten van mij. Er konden er altijd maar een paar tegelijk weg want als er iemand kwam en vroeg waar de rest was zeiden we “naar abort “ ( WC ) en dat was voldoende. De houtstapels waren al spoedig klaar en toen moesten we een groot gat graven , dat moest een bassin worden met reserve bluswater. In het lager werden ‘s avonds de belevenissen uit de fabriek verteld, de èèn had het goed getroffen en weer anderen slechter. We kregen ook speciale briefkaarten en brieven om naar huis te schrijven, twee briefkaarten en èèn brief in de maand. Alles wat je schreef werd gecontroleerd.

Nu kwamen er ook pakketten van thuis uit Nederland maar niet voor iedereen tegelijk. De gelukkigen konden eindelijk weer een fatsoenlijk eten . Jammer dat er bij menigeen brood in zat en dat was natuurlijk beschimmeld. Ze plukten dan de redelijk goede delen er af en de rest ging in de vuilnisbak. Die niets hadden zochten dat weer op en kookten dat, schepten het groene schuim er af en aten de rest ook weer op. Niemand is er ziek van geworden !!!

Eindelijk was onze barak ook klaar, die stond op het terrein van de fabriek en daar was een waslokaal bij met een grote russen kachel van steen waar je op koken kon. Natuurlijk ook weer de latrine. .. Er was een klein veldje bij met een omheining van drie lagen hoog prikkeldraad achter elkaar. Buiten liep dan meestal nog een wachtpost. We konden nu weer naar buiten en het APPEL werd ook buiten gehouden. In de barak tafels, banken en de bedden driehoog . Twee heel grote ronde kachels voor verwarming en kolen waren er op de fabriek in overvloed. 's Nachts moest wel de hele boel op slot !!!

 

              

 

                                                        

                  

 Baretta

Barakken commandant

 

Fabrieks werk

Ons werk buiten was klaar en nu moesten we ook de fabriek in. Het ging nu maar om een klein groepje en zodoende kwamen we overal terecht. Ik moest met een man mee ( een voorwerker ) en kwam op een grote zaal terecht met heel veel draaibanken en tafels met boormachines. Iedereen kijken natuurlijk wie er nu weer binnen kwam. Er werkten Russinnen andere krijgsgevangenen en ook Duitse vrouwen. Meteen werd me al gezegd dat het verboden was om met Duitse vrouwen te praten en die wisten dat zelf ook. Ik kwam achter een draaibank te staan en Max ,de voorman, deed voor wat ik doen moest. Een paar keer aan een slingertje draaien een rood streepje bijdraaien en dan de machine weer laten lopen. Dan sneed de beitel er weer wat af en dat drie keer. Ik hield dan een tolletje over, wat het was weet ik niet maar het was kinderlijk eenvoudig en ik moest er honderd op een dag doen. Als de beitel stomp was moest Max die weer slijpen Er was lawaai op die afdeling met al die machines. Ik had al vlug in de gaten dat het werk makkelijk gedaan kon worden. Toen ik Max beter leerde kennen bleek het een aardige man te zijn, klein van stuk en afgekeurd voor de dienst, waar hij erg blij om was. Hij vertelde meteen als ik eens even wou wandelen ,ik dan een bakje met gereedschap mee moest nemen dan kon ik altijd zeggen dat ik wat wegbrengen moest, en anders moest ik tegen hem zeggen dat ik naar abort was . ( wc ) Er liep n.l.veel fabriekspolitie.

Spoedig kwamen er al andere jongens die langer in de fabriek werkten en die maakten me snel wijs wat allemaal mogelijk was, en dat was veel ,we waren betrekkelijk vrij.

Aan de machine voor mij, ook een draaibank, stond een jonge Duitse vrouw, lang, slank met lang blond haar, een knappe meid. Al spoedig hadden we contact , ze knikte me vriendelijk toe en later gaf ze een briefje af dat ze Erica heette en ik weer een briefje terug met Anton. Zo ging dat in het begin en later vonden we wel andere wegen voor conversatie. Zij bleef ‘s middags eten bij haar machine, je had bij de machine een kruk en een kastje. Ze had een pannetje met warm eten en ik snapte niet waar ze dat vandaan haalde. Ze liet er wat in voor mij !! Op de fabriek waren grote bakken met warm zand en daar zetten die Duitsers dan hun prakkie in en aten dat ‘s middags op. Later had ze een extra pannetje voor mij..

Zij had een foto van haar verloofde en liet die mij zien ,hij was aan het Oostfront . Ik had ook een foto van mijn verloofde...nu al meer dan 50 jaar mijn vrouw!!! Ik schrijf dit nu even maar het duurde lang voordat deze kennis making plaats gevonden had, want je moest erg voorzichtig zijn.

Aan de machine achter mij stond een Russin, kort en dik met een vrolijk gezicht. Zij had ook een manier om contact te zoeken ik kreeg een soort snoepje van haar. Er waren veel Russinnen in een lager wat ongeveer twee honderd meter achter onze barak stond en die werkten overal in de stad en wisten daar ook van alles mee te nemen en ook weer te ruilen. Ze hadden zelfs alcohol want er werkten er ook in een zaak waar spiritus verwerkt werd !! Anja heette zij en ik kreeg al heel vlug bekijks van vriendinnen van haar ,want als er een nieuweling was ging dat als een lopend vuurtje door de fabriek. Er werkten verder nog Fransen , heel wat Belgen ,ook Serviers en dan nog wat Duitsers .De taal die gebruikt werd was een paar woorden Duits , Anja b.v. ich Anja Russe und du ? Veel meer kwam er dan niet uit maar het gezicht en gebaren deden de rest...Er werden op de fabriek nog steeds naaimachines en schrijfmachines gemaakt, de Naumann naaimachine en de Erica schrijfmachine maar er zal tussendoor ook wel oorlogsmateriaal gemaakt zijn.We liepen met een bakje gereedschap zo de poort uit en over de weg naar de andere fabriek wat voor mij aanleiding was om de stoker nog eens te bezoeken. Hij vertelde me nu dat zijn vrouw omgekomen was met een bombardement in Hamburg en dat Hitler van hem zo kon verdwijnen.

 

 

Er waren nog een paar uit ons lager die werkten op de verzinkerij, dat was slecht werk met die dampen , die moesten per dag een liter melk drinken , of dat wat gaf als tegengif is nooit bekend geworden maar ziek zijn ze niet geweest. ‘s Morgens marcheerden we in colonne onder bewaking naar de fabriek en ‘s avonds werden we weer onder bewaking opgehaald wat natuurlijk flauwekul was want overdag liepen we vrij rond. We moesten ook een kaart in de prikklok doen als we ‘s morgens kwamen .

Het zal tegen kerstmis 1943 geweest zijn toen de eerste Amerikaanse pakketten van het Rode kruis kwamen en van het Nederlandse Rode kruis kwamen ze nu ook, van thuis hadden we ook al gekregen. Wat een feest was dat .!!!

                                         

                   

  

 

De pakketten met van alles er in

 

Die pakketten waren voor ons een belangrijke levens voorwaarde want hoewel we van de fabriek nu wel iets beter te eten kregen dan in het kamp was het toch niet veel bijzonders en ook veel te weinig.

 

Van thuis, Eén keer in de maand, kreeg ik alles wat ze maar begaan konden maar een pakketje van 2 kilo is vlug vol. Het liefste had ik tarwemeel, daar kon je pap van koken en later bakte ik ook brood. Het Nederlandse rode kruis stuurde ook zoveel mogelijk gevarieerde spullen. De Amerikaanse pakketten waren 5 kilo en bevatten o.a.: 1 bus koffie, 1 blik Argentijns vlees, 1 blik corned beaf , 1 blik melkpoeder, 1 blik eierpoeder, 10 pakjes Amerikaanse sigaretten, sanovite, pak biscuits , nog verschillende ontbijtkoeken en niet te vergeten een groot blik boter ,ook vet om te bakken, ook waren er nog twee grote plakken chocolade en een paar kleine bij , snoepgoed en nog wel dingen die ik vergeten ben. We kregen twee pakketten per maand . Al met al dus heel wat en de schrale tijd was nu voorbij. Nu we zoveel te eten hadden deed zich een ander probleem voor , je mocht nl. maar voor èèn dag eten in je kast hebben , dat was wegens vluchtgevaar. !! Obergefreiter Schäfer, onze lager Fuhrer , bestelde een grote kast met honderd vakken en ieder van ons kreeg een vak toegewezen waar wat je te veel had in opgeborgen moest worden. Hij deed er zelf een slot op , en onze barakken commandant, Baretta, had ook een slot op die kast. Ze moesten met zijn beiden zijn om de kast open te doen, ‘s avonds om zeven uur mocht je onder toezicht spullen halen voor de volgende dag, maar er werd niet zo nauwlettend gekeken.! Al vlug bleek waarom ... Op een Zondag, dan hoefden we niet te werken, moesten we allemaal buiten aantreden en èèn voor Eén met een bewaker naar binnen en onze kast open maken, elk had nl. een kast, en alles wat voor meer dan èèn dag eten in de kast was werd in beslag genomen en moest je zelf bij de lagerfuhrer in het kantoor brengen. Het duurde eindeloos en zij hadden heel wat spullen in beslag genomen want nu keken ze heel goed.!! Wij hadden onze les geleerd.

Op de fabriek ging het als een lopend vuurtje dat de Hollanders Amerikaanse pakketten hadden. De Belgen en Fransen waarschuwden ons om de markt niet te bederven, er werd heel veel geruild en verhandeld. Voor een pakje sigaretten kon je al een brood van anderhalve kilo krijgen en het leek wel of de koffie goud was. We hadden van de fabriek nu ook een stel onderkleding gekregen dus konden we elke week onze kleren naar de wasserij van de fabriek sturen, maar de boven kleding was nog hetzelfde wat we in Mulhberg gekregen hadden. Erica bood aan om voor een paar overhemden en onderkleding te zorgen maar ze wou daar wel koffie voor hebben. Dat kon want Klaas en ik dronken toch bijna geen koffie dus dat hadden we over. Ik rookte niet en Klaas heel weinig dus hadden we genoeg sigaretten om te ruilen. Al heel vlug had ik de kleding aan en Anja de Russin achter mij , zag dat natuurlijk ook. Die kwam naar mij toe en zei:’ich sauber machen “ . e kon die kleren niet naar de wasserij sturen want dan was je ze kwijt . Er waren meer vriendinnen van haar die wasvrouw waren voor een krijgsgevangene want dan kregen zij weer zeep van ons. Elke week maakte ik een pakje van mijn kleren en legde dat bij haar in het kastje bij de machine en een paar dagen later lag alles weer schoon bij mij in de kast. Ik legde dan weer chocola of sigaretten bij haar in de kast .

Max die was gek op sigaretten dus die kwam ook al vlug vragen wat ik nodig had , en hij vertelde toen dat hij een volkstuin had . Hij loog het misschien wel maar met die sigaretten dreef hij ook weer handel , hij kon heel veel versieren. Klaas was niet zo een handelaar maar die knipte en schoor iedereen die het aan hem vroeg en werd daar ook weer voor betaald. Hij knipte thuis bij zijn moeder Zondags morgens de boeren van de Bonkelaarsdijk in Schagen achter de koeien, nu knipte hij in het lager bij ons en de bewakers voor in het lager. Op de fabriek knipte hij Fransen , Belgen ,en Duitsers ,zelfs was er een Zuidafrikaan die hij knipte. Hij was altijd opgewekt ,praatte vreselijk Duits en soms moest je wel een zeggen :’ Klaas praten en breien gelijk “,vooral als ze over voetballen begonnen. Hij ging geen stap harder . Op de fabriek deed hij niet veel.

Tot onze stomme verbazing kregen wij voor ons werk op de fabriek betaald, maar op ons loonstrookje werd heel veel afgetrokken voor kleding ,voeding huisvesting enz.enz. Je kreeg het restant uitbetaald in krijgsgevangenen marken ( een rode driehoek stond er dan op ). Veel kon je er niet voor kopen maar je mocht het ook naar huis sturen wat ik ook verschillende keren gedaan heb. Het kwam nog aan ook.Ik heb nog steeds krijgsgevangene geld en ook nog strookjes van het oversturen.!!

 

                                               

   

                         

Kerstmis in gevangenschap

 

 

 

Hoe is het mogelijk dat ze het versierd hebben maar we hadden een echte kerstboom in het lager met alle versiering er aan, zelfs met echte kaarsen. Van het Nederlandse RODE KRUIS hadden we muziek instrumenten gekregen, voor zover ik mij kan herinneren een paar mondorgels en ook een accordeon., vergeet niet dat er geen radio of iets van dien aard was en er waren genoeg muzikanten bij ons.

Henk v.d. Horst, onze tafel commandant was van christelijken huize, en hij las het kerstverhaal voor. Ik weet nog wel dat het erg indrukwekkend was, niet alleen het kerstverhaal, maar bij velen gingen de gedachten naar huis. Alles maakte op mij een diepe indruk. Een paar begonnen met het zingen van kerstliederen, en langzamerhand deden de meesten mee. Het was zeker zo in kerstsfeer dat zelfs de bewakers van voor kwamen kijken. De meesten hadden ook veel geleden of familieleden verloren. We tilden elkaar over onze weemoed heen. Verschillenden stonden dan bij de prikkeldraad die rond ons kamp was en menige traan is daar gelaten wanneer aan huis gedacht werd. Het was de enige plaats waar je even alleen kon zijn, maar dan kwam er toch altijd wel weer iemand die je troostte en weer meenam naar de groep.

Er was een kunstschilder bij, die had materiaal gekregen,ook van het rode kruis, en die schilderde op de achterwand van de barak een Christus figuur met van alles er omheen en daar hielden de katholieken Zondagmorgens de mis. Hij kon prachtig schilderen en leefde veel in een fantasie wereld. Jaren later hebben we hem nog een keer ontmoet en had hij heel mooie schilderijen gemaakt van de brandende stad Dresden en ook hoe die daarvoor was. Alleen van de verhalen die hij vertelde was niet veel waar vonden wij, maar als je een leugen maar dikwijls genoeg verteld geloof je het op den duur zelf.!!

We hadden nu ook damborden en schaakborden en natuurlijk waren er altijd aan het kaarten. Ik schaakte veel met een tafelgenoot, die had als bediende op de internationale treinen gewerkt. Het was een Amsterdammer en hij was de seksuele voorlichter bij ons aan tafel. Veel van ons wisten op dat gebied toen niet zo veel ! Als het te gek werd stopte de tafel commandant dat, en zei dan:�Zo is het wel genoeg Willem.� Henk bleef onder alle omstandigheden een heer, hij sprak goed Duits ,Frans en Engels en werd veel door de Duitsers gevraagd als tolk. Floris Kaandorp verdeelde altijd de pakjes boter in tien gelijke porties op een speciale manier, en dan schraapte hij het papiertje zorgvuldig af , nam zijn pet van zijn hoofd af en wreef het boterpapier over zijn hoofd. Goed voor de haargroei zei hij dan. We noemden hem “De Schipper “ hij had een zwarte snor gekweekt en een schipperspet weten te begaan en die deed hij alleen af als hij naar bed ging. Naar de fabriek mocht hij die niet op natuurlijk. !

Hij had verkering met een Russin en moest elke dag tien Russische woorden van haar leren . Later is hij met haar naar Rusland gegaan maar hij is er spoedig weer uitgeschopt. Na de oorlog heb ik hem in Alkmaar nog een keer opgezocht. Willem de Jong was een bootwerker uit Rotterdam en voor hij uit bed stapte ‘s morgens stak hij zijn hand over de rand van zijn bed en zei dan “. Oh, het is droog dan maar pak nr. èèn . De humor is dat we maar èèn broek en jas hadden. Ondanks alles hebben we toch veel gelachen.

De kachel werd altijd flink opgestookt en dan plakten ze dat zure Duitse brood met een klap tegen de kachel om het te roosteren (verbranden ) . Ik vond het maar niks, de hele barak stonk er naar.!!

We moesten altijd wel vroeg opstaan want om zes uur begon het werk op de fabriek tot ‘s avonds zes uur, een werkdag van twaalf uur, ook de Duitsers werkten zo lang,alleen de Duitse vrouwen hoefden maar tien uur te werken. Wij vonden het over het algemeen niet zo erg, dan was je wat onder de discipline van de wachtposten vandaan. Al spoedig moesten we ook nachtdiensten gaan draaien., dat was twaalf uur op en twaalf uur af. Meestal sliepen we dan wel een tijdje op een verborgen plaats

       

 top

Straffen

 

Veel kan ik mij daar niet meer van herinneren, maar ze waren er wel vooral als het niet goed gegaan was op de fabriek of in het lager. Wel weet ik dat de lagerfuhrer soms ontzettende driftbuien had en als we hem dan zo hoorden schelden op zijn ondergeschikten hoopten we maar dat hij niet bij ons zou komen. Als dat wel gebeurde moesten we meteen in de houding voor de bedden staan en aanhoren wat hij maar kwijt wilde. Hij had het dan over die verdampte Hollanders maar meestal viel het wel mee en lieten we hem maar tieren. Er waren er wel bij die bunker straf kregen. Dat was een bunker geheel zonder licht met alleen een houten brits en een ton. Die daar een week ingezeten hadden waren ziek en uitgehongerd! Hij had ook de gewoonte als we Zaterdags avond wat veel muziek en luidruchtig geweest waren om ons als straf op Zondag morgen de ramen te laten poetsen. Dat moest met een prop van oude kranten. Iedereen moest meedoen, hij bleef er zelf bij. Nu was dat binnen niet zo erg maar aan de buitenzijde zat er prikkeldraad voor en daar moest je dan tussendoor poetsen. We deden het wel niet zo snel maar hij had altijd wat aan te merken en je mocht niet eerder stoppen voordat iedereen klaar was. Ook liet hij je rustig twintig rondjes hard lopen over de binnenplaats en steeds maar roepen Snel, Snel “. Zelf heb ik een keer straf gehad omdat ik iets in een brief geschreven had wat niet mocht. Ik moest veertien dagen in de ijzergieterij in Heidenau gaan werken. Dat was gewoon flauwekul ze moesten die mensen daar gewoon hebben. Met een man of vijf zes werden we weggebracht, we wisten niet wat ons boven het hoofd hing. Het viel allemaal erg mee... We werden door een man van de fabriek naar ons schamele onderkomen gebracht, kregen daar andere kleding, en daarna naar de gieterij. We zagen daar een grote hal, verschrikkelijk zwart van het stof allemaal, en overal lag zwart zand. Ook zagen we nu andere groepen gevangenen en ook heel wat Russinnen. Meteen werd ons gezegd als we niet ons best

deden dat we voorgedragen zouden worden voor de steengroeve, en het was bekend dat je daar niet levend vandaan kwam.

Nu vertelde hij wat we doen moesten. In groepjes moesten we het zwarte zand op hopen kruien en dan kwamen daarin mallen te liggen . We zagen binnen de kortste keren natuurlijk ook zwart het zand was kurkdroog en stoof vreselijk maar het werk was goed te doen. Af en toe mochten we even naar buiten om frisse lucht te happen. Om vier uur moest alles klaar zijn en toen lagen er verschillende rijen hopen zand met de mallen erin. Toen ging er een sirene en kwam er langs een rail een soort grote dikke ijzeren steelpan en werd er in elke mal een afgepaste hoeveelheid vloeibaar ijzer gegoten. Het stoof verschrikkelijk. Daarna waren we klaar en konden we uitgebreid gaan douchen. Het was een feest want die Russinnen douchten naast ons in een ander zaaltje. Het was maar een houten wandje en er zaten veel gaten in!!

Het eten wat we kregen was vrij goed en voldoende, we hadden nu ook geen pakketten natuurlijk. Ook kregen we nu melk te drinken, tegengif zeiden ze!! Het was natuurlijk vreselijk ongezond werk want van bescherming was geen sprake, ook niet voor de Duitsers die er werkten.

De andere dag begonnen we met de mallen open te maken en het bleken de rompen voor de Naumann naaimachine te zijn. Dan volgde weer hetzelfde ritueel en dat veertien dagen lang. We waren heel blij dat we weer terug in het lager waren en ons oude werk op de fabriek weer terug kregen.

Van ervaringen van anderen weet ik weinig , wel weet ik dat de moraal in het lager zeer hoog was, ik weet er b.v. niet van dat er van elkaar gestolen werd, en dat kwam ook wel omdat de barakken commandant Baretta ons steeds hierop wees. Je moest aldoor met honderd man in een kleine ruimte samen leven en dus de stemming niet verpesten

 

 

                  Medische verzorging

 

 

Het was toegestaan om èèn maal per half jaar naar de tandarts te gaan. We maakten hier dan ook dankbaar gebruik van want dat was weer eens iets anders dan het werk op de fabriek. Er werd altijd een hele dag voor uitgetrokken. Eerst al de wandeling naar de stad. Meestal was je maar met een paar man uit het lager en dan deed de bewaker niet moeilijk. Bij de tandarts zat het natuurlijk vol want ze kwamen overal vandaan en allerlei nationaliteiten. Er was altijd wel iemand waar je mee praten kon en het ging altijd over hoe het bij hun was .

De tandarts was een Pool, ook een krijgsgevangene, hij kon wat Engels en wat Duits , verstaanbaar kon je je wel maken. Zijn apparatuur was toen al niet modern dus dat was boren tot het heet was , veel spoelen en dan weer doordrukken. Vergeleken met nu deed het verschrikkelijk veel pijn. Hij vulde echter wel goed.

We hadden een bewaker, Herman heette hij, die had maar èèn arm, die andere was er in Rusland afgeschoten. Hij hoefde geen geweer te dragen, alleen een pistool. Het was een beste kerel want als je een beetje vlug klaar was ging hij met je de stad bezichtigen. De Dresdner Dom, Frauen Kirche en het paleis van Koning Albrecht waren schitterende gebouwen. Ook Paleis in Grosse Garten was prachtig. Heel mooi waren ook de uitzichtpunten over het Elbe dal. Hij maakte er voor ons een uitgaansdag van en genoot er zelf ook van en als het wat ver was zijn we wel met de tram gegaan. Soms ging hij zelfs een café in om wat te drinken...

Naar de dokter was nooit zo leuk want dan waren er altijd wel bij die erg ziek waren. Je moest n.l. altijd naar de dokter anders kreeg je geen briefje om thuis te blijven. Zelf ben ik bijna nooit ziek geweest. Alleen kregen er een heleboel aambeien, dat kwam wel van het rare eten dat we deden natuurlijk. Nu had die dokter , ook een Poolsche krijgsgevangene ,daar geen medicijnen voor maar wel een wat vreemd middel. Je moest dan wisselbaden nemen, met je achterste eerst in zo heet mogelijk water en dan zo koud mogelijk water, en dat elke twee uur en of het hielp weet ik nu nog niet. Je kreeg dan een briefje mee naar je werk, want thuisblijven mocht niet, dat je elke twee uur naar het lager moest voor die wisselbaden. Nou dat was een toestand in dat waslokaal, zaten er een heel stel heen en weer te springen in die wasbekkens. Prettig was het niet als je aambeien had maar we hebben veel gelachen en van werken kwam heel weinig terecht.

Er waren op de fabriek nog wel heel goede vakmensen. Zo was er iemand en die maakte aanstekers en ruilde die dan weer voor sigaretten. Nou hij had het er druk mee want veel van ons hadden er later zo een. Hij vulde ze dan ook weer, allemaal in ruil voor sigaretten. Een ander maakte van aluminium harten en daar sleep hij een ronde opening in en kon je dan de foto van je verloofde in doen en aan je sleutelhanger doen. ( ik heb het nog ) Onderling werd er in het lager ook veel verhandeld , we werkten door de hele fabriek.

Ineens moest ik van mijn draaibank af en moest ik achter een boortafel met drie boorkolommen. Ik kreeg een blok met allemaal gaten erin, dat kon open klappen en dan moest er een naaimachine romp in. Ik had nu alleen maar die geleidegaten te volgen en uit te boren dan zaten de gaten in de romp van de naaimachine op de goede plaats. Erica, de Duitse vrouw voor mij waar ik heel wat mee gehandeld had ook ineens verdwenen, ik heb haar nooit meer gezien. Anja , mijn Russische wasvrouw, vond mij al spoedig weer terug !!

Van de oorlog merkten wij in de zomer van 1944 niet zo veel, Dresden lag nog niet in de route, alleen kregen we af en toe voor-alarm als er in Hamburg of daar ergens gebombardeerd werd.

Langzamerhand waren we zo vertrouwd met Duitsers dat we ontdekten dat er heel wat communisten op de fabriek waren, zo ook Max de voorwerker en ook de stoker waar ik veel kwam.

 top  

 top  

 

 

Wandelen

 

De Zondag hoefden we niet te werken en die werd dan ook gebruikt om wat langer op bed te liggen en allerlei klusjes te doen. Er werden veel spelletjes gedaan , vooral kaarten ,schaken en dammen. Ook werd er toen het wat beter weer werd allerlei sport beoefend en werden er wedstrijden georganiseerd. Het veld wat bij de barak hoorde was hier wel geschikt voor ,alleen was het verhard met een soort afval van kolen. Er werd door een bokser les gegeven , gymnastiek werd er gedaan en ook werd er aan snelwandelen gedaan, maar dat waren steeds dezelfde ronden langs het prikkeldraad. Zelf had ik nooit aan sport gedaan en ik hield er ook niet van. Er werden vooral door de katholieken kerkdiensten gedaan achter in de barak. Hoe dat precies ging weet ik niet meer.

We mochten nu het beter weer werd ook gaan wandelen, maar wel onder bewaking natuurlijk. Er was een bewaker bij die het ook wel leuk vond . Herman, zo heette hij ,had echter maar èèn arm en hoefde dus geen geweer mee te nemen, alleen een pistool . Erg veel belangstelling was er nooit om te gaan wandelen, maar hoe kleiner de groep hoe beter. Hij was vrij goed bekend hier en je moest altijd wel een heel eind naar boven want wij zaten in het dal van de Elbe. Ik vond het altijd erg mooi want je kwam dan buiten de stad . Hij ging altijd langs stille smalle wegen waar je bijna niemand tegen kwam. We kwamen dan langs mooie Saksische boerderijen, langs open velden en ook door bossen. Onvergetelijk waren soms de uitzichten die je vanaf sommige punten had. Het is mij altijd bijgebleven een uitzicht over de in de zon badende stad, met zijn prachtige gebouwen waarvan de groene koepels op de gebouwen een apart gezicht vormden. Op een ander punt zag je weer de rivier de Elbe glinsterend door de stad stromen, wat ook onvergetelijk was. Je moest soms wel hele einden lopen maar Herman nam ook de nodige rustpozen. Eten drinken en sigaretten namen we altijd mee en Herman deelde ook mee want zelf hadden die Duitsers ook weinig.

Op een Zondag, het was erg warm, te warm om te lopen, vroeg hij wie er kon zwemmen. Dat waren er toen echt nog niet zo veel. We moesten er wel op rekenen dat de Elbe , want daar zouden we in zwemmen , behoorlijk stroomde. Zorg zelf maar voor zwembroeken zei hij. We waren met zo een twintig man en hij wist wel een plaats waar je de rivier in kon. Het was een klein weiland aan de oever. Nou dat was lachen want niemand had natuurlijk een zwembroek dus binnen de kortste keren lagen er een twintig man volkomen naakt in de rivier. Hij wist wel dat we in ons blootje niet weg zouden lopen. Alleen vergisten wij ons want niemand van ons had ooit in zo een stromende rivier gezwommen. Spoedig waren we een eind afgedreven en moesten lopende terug komen. Ik weet nog wel dat het water vrij koud was maar we hebben verschrikkelijk veel gelachen en een prachtige dag gehad. Al was je dan gevangene , het was niet alles kommer en kwel.!!

Het kon daar in dat dal van de Elbe ontzettend warm zijn. Je voelde geen zucht wind en de zon was erg fel. We moesten nog een half uur terug lopen en waren dus wel weer warm. Het beroerde was dat we alleen op de fabriek konden douchen dus moesten we ons in het waslokaal behelpen met wasbekkens met water. Er is wat afgegooid met water als het warm was.!!

 

  

Wandluizen

 

De zomer van 1944 was zeer droog en heel erg warm. Op de fabriek ging het nog wel maar als je nachtdienst had was het niet te harden om te slapen in die houten barak. Buiten was er ook geen schaduw plekje te vinden. Nu deed zich een nieuw probleem voor.. Door de droogte en warmte was er een ideaal klimaat geschapen voor de wandluizen. Een wandluis heeft echter een hekel aan licht dus als je overdag slapen moest had je er niet zoveel last van. Een wandluis is net als een schapenteek alleen kleiner maar als hij je bijt zuigt hij ook het bloed op en je krijgt lelijke jeukende bulten van. Zij stinken ook nog. Wij natuurlijk klagen bij de Lagerfuhrer maar die hadden ze zelf ook. Het voordeel is dat ze niet aan of in je kleren gaan zitten maar hoofdzakelijk in donkere hoekjes van die houten bedden van ons.

Nu dacht de Lagerfuhrer een uitvinding gedaan te hebben. Wij moesten op Zondag alle bedden naar buiten slepen, ook de houten stapelbakken waar we in lagen. Toen dat gedaan was moesten we per persoon 10 luizen vangen en dooddrukken op een papiertje en dan bij hem inleveren. Als je zei dat je er geen meer in je bed kon vinden dan zei hij dat je maar bij een ander moest zoeken. We moesten de bedden zowat slopen. Het erge was dat het niet veel geholpen had. De volgende Zondag moest het weer gebeuren en ondanks redeneren van onze barakken commandant was er geen pardon voor.

Het leek alleen maar erger te worden. Gelukkig had ik er helemaal geen last van, er zat er ook niet èèn in mijn bed. Nu was het zo erg geworden dat hij , de Lagerfuhrer, het voor elkaar kreeg dat de barak uitgegast zou worden. Voor ons had dat grote gevolgen want wij moesten verhuizen. Alles wat eetbaar was moest mee en de kleren die we aan hadden moesten grondig nagekeken worden of er toch niet eentje tussen zat, en de rest bleef in het lager. Nou we wilden nu graag meewerken omdat het in ons eigen belang was natuurlijk. Toen volgde er een tocht van een half uur en werden we ondergebracht in een boerderij. Natuurlijk alles op Zondag want het werk op de fabriek ging voor alles. Bloedheet en zwetend kwamen we op een boerderij aan en hadden alleen wat stro om in te liggen. Voor de rest was het heel erg behelpen.

We moesten nu elke morgen een half uur lopen en ‘s avonds weer terug. Het duurde gelukkig maar een week, en die week is er heel wat afgekankerd. Toen we weer in de barak kwamen stonk het heel erg naar het gas maar de luizen waren dood.

       

                         Vluchten

 

Er is èèn keer een vlucht poging gedaan, we zaten toen nog op de fabriek boven. ‘s Morgens bij het tellen ontbrak er èèn persoon. Wij hadden het al gemerkt want iedere tafel had zijn vaste klanten. Nu was leiden in last. We werden met van alles bedreigd maar niemand wist er wat van, en dat was nog waar ook. Ze snapten er niets van.

Later kwam de persoon in kwestie sterk vermagerd en weer kaal geschoren bij ons terug. Toen vertelde hij hoe het gegaan was. Hij had van iemand op de fabriek burger kleding gekregen en was op een stormachtige nacht langs de regenpijp naar beneden gegaan. s’Morgens was hij gewoon op de trein gestapt en wist alle controles te ontlopen , hij kwam s’ avonds bij familie in Eindhoven aan. Als hij nu maar de raad opgevolgd had van die mensen dan had hij niet met de trein naar Leiden moeten gaan. Het was echter zo goed gegaan dat hij dat nu ook maar waagde. Nu liep hij bij de eerste controle tegen de lamp en werd meteen gevangen gezet. Na de nodige verhoren en veertien dagen gevangenis straf kwam hij weer bij ons terug. Het was een heel avontuur geweest maar niet voor herhaling vatbaar.

 top  

 

                  

 

Liefde in gevangenschap

 

 

Het onderkomen van de Belgische krijgsgevangenen was aan de andere kant van de Hamburgerstrasse net tegenover onze barak. Wij verwonderden ons in het begin er over dat er op de Zondag middagen heel wat jonge vrouwen met kinderwagens langs dat lager van die Belgen liepen. De Belgen konden niet naar buiten maar omdat het gebouw waar ze in gehuisvest waren vlak aan de weg stond hingen ze dan maar uit de ramen want ze zaten boven. Later wisten we wel beter, er waren er verschillende die toch weer kinderen hadden bij Duitse en Russische vrouwen. Wij waren nog niet zover gevorderd maar hun zaten daar al drie jaar. Soms waren er in de nachtdienst zalen waar geen fabrieks politie kwam, want dan hadden ze de hele boel omgekocht met sigaretten en koffie. Het heeft natuurlijk wel eens gevolgen gehad want voorbehoed middelen waren er nog niet zoveel.

We merkten op een gegeven moment dat er bij ons in het lager soms na het avond appèl ook wel eens vreemde dingen gebeurden. Erg geheimzinnig, maar al spoedig wist toch het hele lager dat er een valse sleutel van de deur was. Dan bleef echter nog de prikkeldraad die om het kamp stond. ‘s Avonds na het avond appèl werd er geen wacht meer gelopen en nu hadden ze een plek waar, als je met twee man de draad goed vast hield , de derde er onderdoor kon kruipen. Het waren er maar een paar want niet iedereen waagde dat maar het waren hoofdzakelijk de getrouwden onder ons die er gebruik van maakten. De Russinnen barak lag maar een paar honderd meter bij ons vandaan en het was aarde donker, alles was verduisterd. Die Russinnen nodigden ze gewoon uit want bij hun kon je makkelijk naar binnen. Het was een barak met een honderdtal meiden en alles speelde zich dan af in een hoek van de barak.

Op een dag kreeg ik van Anja, die voor mij de was deed, een uitnodiging om naar haar verjaardag te komen , natuurlijk ‘s nachts. Het avontuur lokte mij wel aan en ik vroeg een paar jongens die mij moesten helpen met de draad. Dat lukte en spoedig was ik in de Russinnen barak. Daar werd ik luidruchtig ontvangen door Anja en vriendinnen. Praten kon je niet veel maar ik kreeg wel wat te eten. Toen hadden ze ook een borrel. Het was verschrikkelijk, ik dacht dat ik in brand vloog, het was zowat pure alcohol denk ik. Ze lachten zich rot, maar de tweede kreeg ik toch met wat water. Wat er daarna gebeurd is weet ik niet meer, ik denk dat ik flauw gevallen ben want ik kwam weer bij toen ik op bed lag . Anja moest onder grote hilariteit mij voortdurend zoenen, maar ik dacht hoe kom ik hier zo vlug mogelijk vandaan. Gelukkig waren er een paar van die meiden die met me meegingen, die hadden dat al meer bij de hand gehad. Ze wisten tenminste precies waar ze de draad op moesten tillen om mij er onderdoor te laten kruipen. Heel stil kwam ik in het lager , deed de deur weer op slot en ging stilletjes naar bed.

Maar , o, wee, toen ik in bed lag begon alles om me heen te draaien en ik werd zo misselijk als een kat. Willem, die naast me in het andere bed lag, had het in de gaten en haalde vlug een emmer en ik braakte zo verschrikkelijk dat er heel wat wakker werden. Ik was zo ziek als een hond. Het ergste was echter dat het verschrikkelijk stonk en wel naar spiritus. Ze hadden me gewoon volgegoten met drank gemaakt op de spiritusfabriek. Nooit ben ik meer naar de Russinnen barak gegaan. Anderen gingen toch weer , die konden er beter tegen dan ik. Die krengen van meiden vroegen de volgende dag wel of ik genoten had !!!

 

 

 

wordt vervolgd                                                                               Volgende

  top