Anton | presentaties | Nieuwe pagina | artisten | Oude platen no 4 | Nieuwe pagina | Brieven | Gedichten | Artikelen | Boerderijen | Foto's | Mp3 nummers | Krijgsgevangene 1943 - 1945 | Krijgsgevangene 2 | Krijgsgevangenen 3 | Krijgsgevangene 4 | Garnalen vissen | linken | Titels cd nummers | Vacantie reizen

top

 

 Geen fabriekswerk meer  Post,pakketten en bommen

In de doden kelders  We gaan lopen  We zijn vrij 

Naar de grens  Vliegveld Erfurt Het bombardement  Angst  

Weer in de barak   Foto

 

 

 

De eerste bommen vallen

 

Het begint bij de Duitsers toch wel door te dringen dat er wat moet gebeuren om nog wat veilig te stellen. Vele bedrijven die nog in de stad waren worden geheel of gedeeltelijk naar de omliggende dorpen of kleine plaatsen verhuisd. Ook gedeelten van onze fabriek worden weggehaald en voortgezet buiten de stad. De bakkerij waar wij ons brood vandaan haalden werd ook naar een dorp buiten de stad verplaatst, Het gevolg hiervan was dat we iedere dag dat brood op moesten halen van de andere kant van de Elbe. Om de beurt gingen we met twee man en een bewaker op stap, moesten eerst een eind lopen, dan met de pont naar de andere kant , en weer een eind lopen naar de bakkerij. Meestal kregen wel wat te eten of te drinken daar, maar moesten dan dezelfde afstand weer terug maar nu elk met een zak brood op je nek. Het was wel niet zo heel erg zwaar maar over die afstand begon het toch aardig te wegen.

 

Toen ik aan de beurt was troffen we het dat we Herman, de bewaker met èèn arm meekregen en wie mijn maat was weet ik niet meer. Herman deed het op zijn gemak, we voeren rustig over met de pont, die weer eens hartstikke vol was met heel veel vluchtelingen uit het oosten. Die hadden van alles mee op handkarren en van die wagens die je hier wel op het strand ziet. Je kon dan ook meestal geen voet verzetten. De overtocht duurde niet zo lang en wij weer op pad naar de bakker. Na een behoorlijke rust pauze stapten we op met elk een zak brood op ons nek. De pont was zo mogelijk nog voller dan op de heen weg en alles stond kris kras door elkaar. Plotseling ging het voor- alarm en meteen daarop al het alarm. Wij waren net op weg naar de overkant, toen doken er een paar vliegtuigen uit het niets op en werd de pont beschoten. Herman, soldaat die aan het front geweest was, trok ons meteen achter een beschutting en dook naar beneden. Onbeschrijfelijk was de paniek, veel gekrijs en gehuil van de gewonden. Hoeveel doden er waren weet ik niet. Plotseling kwamen die vliegtuigen terug en kregen we nog een lading kogels over ons heen. Het was verschrikkelijk zoveel bloed en paniek. Er waren ook nog mensen overboord gesprongen, maar nu wist de kapitein de pont toch aan de steiger te krijgen. Nu volgde weer een gedrang om op de kant te komen. Herman, onze bewaker, vond dat we beter hier konden wachten want als ze nog een keer zouden komen hadden we hier dekking. Toen de rust was weergekeerd gingen we weer op pad. Echter ging Herman nu een andere weg en wij vragen waar hij naar toe ging. Hij vond dat we nu wel even bij moesten komen en zei dat we naar zijn zuster gingen. En inderdaad kwamen we daar. Voor ons een hele belevenis toen we in een gewoon huis kwamen en op een stoel aan tafel mochten zitten. Wij kregen wat eten en drinken en vonden het prima zo, en haast had hij helemaal niet nu. Als we maar voor de avond in het lager zijn is het vroeg genoeg vond hij en dat was ook zo. Toen we in het lager kwamen wisten ze al dat er een aanval op de pont geweest was en ze waren heel blij dat we ongedeerd waren en toch ook het brood nog hadden.

Intussen hadden we nu ook al verscheidene keren vooralarm gehad wat gevolgd werd door alarm en we de schuilkelder in moesten. Als je in het lager was moest je naar de schuilplaatsen die op het fabrieks terrein gemaakt waren voor ons, Russinnen en wat er verder in de buurt was. Het stelde niet zoveel voor want het waren grote ronde betonnen buizen, je kon in het midden net lopen, en aan de kant kon je zitten maar dan kwamen je knieën tegen de ander die tegenover je zat, heel nauw allemaal. Die buizen lagen ongeveer een halve meter onder de grond en waren in kamers verdeeld. Tussen de kamers waren stalen deuren dus als er een kamer geraakt werd was de volgende niet dodelijk. Er kon 40 man in zo een kamer en je was beschut tegen eventuele scherven en wat er meer naar beneden kwam, brandbommen enz. Er was een keer een voltreffer op een buis en alles was dood, in de andere kamers vlogen wel de deuren uit de hengsels maar geen gewonden. Op de fabriek, als je aan het werk was, moest je naar de kelder als er vol alarm was. Een directe treffer kwam meestal niet verder dan de derde verdieping en de fabriek had vijf verdiepingen. Het stations emplacement was meestal het doel, maar eenmaal net voordat we naar huis zouden gaan werd de fabriek getroffen.

 

We stonden net klaar om naar beneden te gaan omdat het zes uur was en de ploegen afgelost zouden worden toen het voor-alarm ging. Dat betekende dat er vliegtuigen in de buurt waren en wij ons gereed moesten houden om in de schuilkelder, ditmaal in de kelder onder de fabriek te gaan. De Duitsers mopperden verschrikkelijk, maar gediciplineerd bleven zij ook wachten. Ineens ging het vol-alarm en nu was het rennen naar beneden en in de kelder. De kelder was gewoon een afdeling maar dan onder de grond. Nu was het afwachten in spanning maar dat was al zo dikwijls voor niets geweest. Plotseling begon alles te schudden en te rammelen, en was er het oorverdovende geluid van ontploffende bommen. We wisten nu wel zeker dat de fabriek geraakt was. Toen het alarm afgeblazen werd en we buiten kwamen zagen we de verwoesting. Eèn of twee bommen waren boven op de fabriek gevallen en doorgedrongen tot de derde verdieping. Overal ravage en machines die over de rand hingen , een grote bende, maar gelukkig geen brand. Veel erger was het aan de andere kant. Daar was een bom schuin in de muur van de fabriek geslagen, dwars er doorheen en precies in een schuilkelder. Er waren al mensen bezig om gewonden en doden te bergen. Iedereen, gevangene of Duitser, ging nu helpen om de mensen er uit te halen, wat door het gat dat de bom geslagen had moest gebeuren. Wij pakten eerst maar diegenen die we dachten dat dood waren en legden die op een rij buiten. De mensen van de hulpdienst keken later wel verder en dan bleek soms dat we de bewustelozen ook bij de doden hadden gelegd. Kortom alles werd naar buiten gewerkt. Het was soms een vreselijk gezicht als je naar die mensen keek soms helemaal onder het bloed en die je hulpeloos aankeken. Een gejammer en gehuil om nooit te vergeten!!

Het had een geweldige indruk op ons gemaakt nu we dat voor de eerste keer van dichtbij hadden meegemaakt.

 

 

 
   

 

 

Geen fabrieks werk meer

Met ons rustige leventje was het nu gedaan want in plaats van naar de fabriek te gaan werken moesten we de volgende dag aantreden en werd er afgemarcheerd naar het station, wat vrij dichtbij ons lager was. Er werden van die Duitse schoppen uitgedeeld en nu moesten we met man en macht alle bomtrechters op het stationswegplacement dicht gooien, een man van de spoorwegen ging met ons mee om aan te wijzen wat eerst gedaan moest worden, want de treinen moesten rijden. De mensen van de spoorwegen legden dan de rails weer. Dresden had een enorm groot rangeer terrein, en het was een kruispunt van trajecten plus een doorgaand station naar het Oostfront. Er stonden tientallen treinen en vele waren ook geraakt door die aanval. Regelmatig kwam er nu luchtalarm en moesten we vooral ‘s nachts de kelder in. Steeds weer werd het stationswegplacement gebombardeerd. Alles werd dan opgetrommeld om de gaten weer te dichten. Op een keer waren er zelfs mensen uit een concentratie kamp die moesten helpen. Nou, dat was pas erg hoe die behandeld werden. Ze hadden van die gestreepte slobber pakken aan, en waren zo mager niet om aan te zien. Maar het ergste was wel dat een andere gevangene, een KAPO noemden de die, met een stok er op los sloeg zodra ze maar een poging deden met ons in contact te komen. Lukte het soms om ze toch wat toe te stoppen moesten ze erg snel zijn want als hij het zag konden ze het aan hem geven en kregen nog slaag toe. Hij zag er wel goed uit. Als ik nu hoor dat iemand het concentratie kamp overleefd heeft, denk ik altijd , zou het een kapo geweest zijn.?

Wij waren op het terrein betrekkelijk vrij, konden met de spoorweg mensen goed praten , deden ons werk, maar tevens snorden we langs de treinen of er wat van onze gading bij was. Je moest goed oppassen voor de spoorweg politie en als ze vroegen wat je daar deed zei je maar dat je peukjes aan het zoeken was. In mijn gedachten waren het allemaal oude mannen. Al spoedig waren we thuis op het station en wisten we waar wat te halen was. We hadden onze grote Franse overjassen aan en daar kon je heel wat onder verbergen als je ze los omsloeg. Heel vlug wisten we waar wat te halen was. Het waren juist de treinen die naar het Oostfront gingen waar de meeste eetbare waarin zat. We vonden het vervelend dat we ‘s avonds èèn voor èèn gecontroleerd werden als we het lager in kwamen. Al gauw hadden we echter door dat onze bewakers, als het niet te veel in de gaten liep, alles door lieten wat we gestolen hadden , en dat had zijn reden!!!

 

 

 

 

 top

Post, pakketten en bommen

 

Ondanks dat er toch overal gebombardeerd werd kwam er nog steeds post voor ons, en dat was heel belangrijk. Twee briefkaarten en èèn brief per maand is niet veel. De post kwam wel zeer onregelmatig maar elke brief of kaart was weer een feest. Meestal even vlug lezen en later als je op je bed lag nog eens en nog eens lezen en erbij wegdromen. Je denkt dan weer aan alles thuis, en aan als je weer thuis zal komen, hoe zal het dan zijn... Ook de pakketten uit Nederland van thuis en van het RODE KRUIS kwamen in Januari en begin Februari kregen we zelfs nog een pakket van het Amerikaanse rode kruis.

De lagerfuhrer had op een Zondag weer eens een pestbui en liet ons om tien uur weer buiten aantreden. Het was nog koud ook maar daar trok hij zich niets van aan. Het was weer als van oudst, èèn voor èèn mee naar binnen en de kast open maken. Gelukkig waren ze met z’n vieren dus ging het vrij vlug, maar wat hadden we een hoop in die kasten. Het meeste natuurlijk gestolen in de treinen, ze gingen bar te keer dat we dieven waren en dat het ons slecht zou vergaan, enz. Maar intussen liet hij wel alles voor in het lager op de kamer van hemzelf brengen, in beslag nemen noemden ze dat. Het was natuurlijk gewoon stelen maar dan weer van ons. Dat kwam de volgende dag wel uit, toen moesten vier man twee keer rijden met een handkar en het bij hem thuis brengen. Hij zou het dan wel verder verzorgen, een lachertje natuurlijk, ze verdeelden het mooi zelf.

Wij konden weer opnieuw aan de gang. We deden het zo, als we een wagon gevonden hadden waar we zo in konden, kropen er twee man in en twee hielden de wacht. Kwam er politie in zicht riepen ze dat naar degenen die in de trein lagen en liepen dan zelf verder. De politie ging dan achter hun aan en wij konden uit de trein komen. Tot het een keer mis ging. Wim Lagrand en ik waren in de wagon en zochten wat van onze gading was maar we vonden dat het wel lang duurde voor we een seintje kregen. We keken even naar buiten en precies in het gezicht van een man van de spoorweg politie. Die had ons meteen te pakken, geen ontkomen aan. We werden meegenomen naar het bureau en zagen al visioenen van strafkampen, we waren nu echt bang. We wisten niet wat ze zouden doen. Ongeveer een uur later kwam er een bewaker van ons lager en nam ons mee naar het lager en zei verder niets. ‘s Avonds bij het avondappèl, na de telling kwam de lagerfuhrer zelf. Mijn nummer en dat van Wim werden afgeroepen en we moesten aantreden voor de troep. Daar begon hij een redevoering te houden dat we toch in deze toch al moeilijke tijd voor het Duitse leger ook nog niet eens van hun voorraden mochten stelen. Hij zei dat we opgepakt waren door de politie omdat wij aan het stelen waren, letterlijk, “ Deze mannen hebben gestolen en laat dit niet meer gebeuren want de volgenden gaan absoluut naar een strafkamp.� We konden inrukken. Iedereen had natuurlijk staan barsten van het lachen maar we waren wel blij dat het hiermee afliep.

We bleven steeds hopen op een snelle afloop van de oorlog omdat er steeds meer berichten waren dat de Russen snelle vorderingen maakten. Af en toe meenden we zelf dat we het zware geschut al konden horen. Er kwamen ook heel veel vluchtelingen uit het oosten de stad binnen. De stemming bij de Duitsers werd ook al nerveuzer. Ook bij onze bewakers maar die werden soms toch wel inschikkelijk, ze voelden ook wel dat het einde naderde. Toen op een avond, we zouden  net naar bed gaan, ging het voor-alarm. Gelijk het volle-alarm er achteraan. Wij alles wat we grijpen konden meenemen en naar de kelder, in dit geval de buizen. Enige ogenblikken later schudden we al door elkaar van de vele bommen die vielen, wel niet dicht bij ons maar wel heel zware bommen. Een half uur later werd het alarm afgeblazen en konden we weer terug naar de barak. We zagen wel dat er in de verte enorme branden waren maar aan de andere kant van de stad. Nauwelijks lagen we in bed of er ging weer alarm, weer de kelder in. Nu was het nog erger en dichterbij. Toen we weer buiten kwamen waren de branden weer dichterbij . Het was alsof ze de stad laag voor laag plat gooiden. We waren heel bang nu. Zo ging het de hele nacht door, en toen het ochtend was brandde alles rondom ons. Ook de fabriek had een lading gehad en stond in brand. Blusmateriaal was er niet meer, dat was al na de eerste aanval vernietigd. Het was een vreselijk gezicht maar het ergste was de loeiende storm die er stond , een vreselijk gehoor. Alle zuurstof werd naar de brandende stad getrokken. Onze barak stond er nog, er waren alleen wat gaten in het dak van de erdoor gevallen brandbommen maar die hadden de mannen die achter moesten blijven er uit kunnen gooien.

 top

Het bombardement

 

Het bombardement duurde met korte onderbrekingen 48 uur. Het was geregeld in en uit de schuilkelders. Er is maar één kamer van onze schuilplaatsen geraakt, maar daar waren dan ook veel doden en gewonden. Wij kwamen er goed vanaf, niet één van ons raakte zelfs maar gewond. Toen het er dan ook eindelijk op leek dat het afgelopen was, vond de lagerfuhrer het niet verantwoordt om langer in de barak te blijven, alles om ons heen brandde.

Omdat wij aan de buitenkant van de stad zaten konden we wel over de Hamburgerstrasse uit de stad komen. We wilden eigenlijk niet weg maar het was niet uit te houden van de rook en de stank die uit de stad naar ons toe gedreven kwam.Alles wat we dragen konden moest mee en we macheerden de volgende dag af met onbekende bestemming. Het bleek een dorp boven op de heuvel te zijn en daar kregen we een ligplaats in een boerenschuur. Veel kan ik mij hiervan niet meer herinneren.

  top

 

Angst

 

Rennede en angstig gingen we met het alarm elke keer weer de schuilkelders in. Je kwam dan op een rij op een smal bankje te zitten tegenover elkaar en het was zo smal dat je knieën kwamen tegen degene die aan de andere kant zat. Het was vreselijk dat lijdzaam afwachten. Dan voelde je dat er bommen vielen, soms heel weinig en als ze dichtbij waren schudde de hele boel. De angst uitte zich bij de één weer anders dan bij de ander.

Bij sommigen schudden de knieën tegen elkaar, vreselijk, en niet te stoppen. Bij anderen begonnen de tanden op elkaar te klapperen, echt ook niet tegen te gaan. Van angst in elkaar krimpen deed je allemaal al wist je wel dat als de aarde schudde de bom al gevallen was. Soms wer er iemand histerisch, en die werd dan meteen afgevoerd naar een speciaal vertrek. Ook ging het licht wel eens uit en dan duurde het even voor de noodverlichting weer aan was, dat waren helemaal vreselijke momenten. Stel je voor 40 angstige mensen opeen gepropt in een buis onder de grond en dan nog in het donker ook.

Zolang er geen bommen vielen ging het nog wel en werd er wel gepraat, maar als de eerste bom gevallen was hing er een vreselijke stilte en maar staren naar elkaar.

Als dan eindelijk het verlossende alarm werd afgeblazen was iedereen weer heel blij dat je het overleefd had.

  top

Weer in de barak

 

Het zal ongeveer een week geduurd hebben dat we daar boven in die boerderij gehuisd hebben. Omdat de barak weer hersteld was  konden we nu toch weer terug en daar waren we heel blij om want het was daar echt behelpen. We kregen een dag tijd om alles weer op orde te brengen. De andere morgen, tijdens het appél werd ons meegedeeld dat we niet op de fabriek, of wat daar van over was, kon den werken. We moesten in de stad gaan helpen werd er gezegd.

We gingen in kolonne naar de stad en wat we daar zagen overtrof alles wat je maar denken kan. Over de brede hoofdstraten kon je nog wel enigszins lopen maar de zijstraten waren bijna niet meer te zien van het puin, de muren van de huizen waren ingestort en lagen over de straten heen. Overal lagen nog verbrande mensen, armen en benen zag je niet meer, het waren gewoon zwarte poppen als het ware, helemaal ineen gekrompen.

Bij een stel SS ers( Duitse soldaten heel fanatiek) werd halt gehouden en werden we overgedragen aan hun leiding. Dat zag er niet best uit vonden wij, en dat bleek ook wel later. Ze verdeelden ons in groepen van ongveer tien man. Dan ging er één van hun mee en werden we de puinhopen opgebracht tot we bij een gat in het puin kwamen. Toen vertelde hij pas dat we lijken uit de kelders moesten halen. We protesteerden hevig, dat was ons werk niet zeiden wij.Hij trok zich er niets van aan, herhaalde zijn bevel met meteen een pistool in de nek van de dichtstbijzijnde man en zei als we niet gingen hij deze man zou neerschieten.. Nou, dat waren wij niet gewend, maar zagen wel dat hij meende wat hij zei. Kom dan maar mee met mij, en met kaarsen in de hand gingen we het donker in. We kwamen in een ruimte wat kennelijk een café was geweest. Nu kwam de order dat we deze dag 30 lijken naar boven moesten brengen. We mochten echter wel een borrel nemen maar absoluut niets mee naar boven nemen. Ook vertelde hij dat standrecht was afgekondigd wat betekende dat bij lijken roof of diefstal de doodstraf van kracht was. Je neemt maar een deken en dan sleep je ze met vier man naar boven, je kan de hele straat afzoeken want de kelders zijn allemaal doorverbonden. We waren stomverbaast!!

 top

 

In de doden kelders

 

Hij liet ons achter en ging zelf naar boven. We keken eens rond en hadden al vlug de drank gevonden, zelfs nog verschillende soorten. We proefden eens en nog eens maar durfden toch niet te veel te nemen, we waren niets gewend ook. Na alle moed verzameld te hebben doken we het eerste gat in . Een luguber gezicht er lagen zeker wel tien mensen op een hoop door elkaar, allemaal gestikt. Ja, nu moest het toch gebeuren.! Dekens waren er genoeg en de eerste werd er in gerold, door het gat gesleept en met veel geruk en getrek naar boven gebracht. Er werd aangewezen waar de lijken gelegd  moesten worden zodat ze later verder getransporteerd konden worden. Klaas die keek zijn ogen uit, die hoefde de kelder niet in en moest op onze spullen passen. Wij weer naar beneden voor de volgende. Denk je eens in je komt met een brandende kaars door een gat in een kelder en ziet daar al die dode mensen liggen!! We zweten ons kapot want het was nog bloedheet in die kelders, maar kregen er gemakkelijk dertig naar boven want er waren in alle kelders veel doden. We namen, toen we ons aantal hadden nog maar een paar stevige borrels en toen onze eigen bewakers ons ‘s avonds kwamen halen stonden er verschillenden niet al te vast meer op de benen.

Soms lagen de doden op een hoop en door elkaar bij de uitgang van de kelder en moest je als het ware uit elkaar trekken. We probeerden ze zo weinig mogelijk aan te raken want handschoenen of enige andere bescherming hadden we niet. In andere ruimten zaten de mensen gewoon op de stoelen, het leek wel of ze zaten te slapen. Die ene kelder zie ik nog steeds voor mij, ik kwam daar als eerste met mijn kaars in de hand door een gat gekropen vanuit een andere kelder. Het zag er netjes uit , een tafel in het midden met het eten er nog op. Langs de kant, tegen de muur zaten tien mensen op gewone stoelen. Je zou denken ze beginnen zo tegen je te praten zo natuurlijk zaten ze erbij, niet te geloven. Een oudere vrouw met een man naast haar, en die man had een klein hondje op zijn schoot. Ook nog een paar jongere vrouwen, er was er èèn bij die had een foto van een soldaat in haar hand, misschien wel haar man . Het ergste wat ik zag was wel de vrouw die met een kind van misschien een jaar op schoot zat. Ze hadden horloges om en ringen alles wat van waarde was hadden ze meegenomen.  Als een foto zo zit dat tafereel me na ruim vijftig jaar nog in mijn hoofd. 

Nu moesten we hier aan beginnen om ze naar boven te slepen. We waren al enkele dagen bezig en het is onvoorstelbaar hoe een mens dan veranderen kan. We lachten en praatten en zeiden dan tegen elkaar:� Wat zou hier nog te eten zijn.? “ Dan keken we alles na voor we begonnen om de mensen weg te brengen. We durfden absoluut niets mee te nemen want we wisten wel welke straf er op stond. In de kelder konden we doen wat we wilden.

Soms moesten we wel door tien andere kelders voor we naar boven konden en alles door nauwe gaten die de kelders met elkaar verbonden. We legden ze dan op een rij neer. Begraven kon al helemaal niet meer. Daarom hadden ze op de Altmarkt een groot stalen rooster gemaakt en daar werden ze verbrand. De Witrussen hadden een soort boerenwagen met een paard ervoor en daar werden de lijken opgegooid. Gekeken wie of wat het was werd er niet en met sieraden of wat ze meer aan hadden, ging het naar de Altplatz en werden ze door de Witrussen op het rooster gegooid, en later met benzine overgoten en in brand gestoken. Er hing een akelige lucht over de stad, en wij stonken natuurlijk ook en de lijkenlucht hing zelfs in het lager.

Toen we dit een veertien dagen gedaan hadden en de lijken tot ontbinding overgingen, vonden de Duitsers dat dit toch niet langer ging.  Nu moesten we de hoofdstraten ruim maken en met de grote brokken puin de zijstraten tot een hoogte van twee meter afsluiten. Wij begonnen met het postkantoor, of wat daar van over was en werkten zo vanuit het centrum verder. Alles met een schop en blote handen, steeds bewakers als toezicht houders. Zo waren er honderden gevangenen bezig en na een paar weken waren de doorgaande straten weer vrij. Buiten de stad werd een bord geplaatst met een kaart van de straten die vrij waren. Natuurlijk ontsnapten we wel eens aan de aandacht van de bewakers, het was dan ook een georganiseerde rotzooi. Als het stations emplacement weer eens gebombardeerd werd moesten we weer de gaten dichten, dat ging voor alles, de treinen naar het front moesten rijden. Erger voor ons was dat we geen post en geen pakketten meer kregen. !!!

 top

We gaan lopen

 

We waren nu geheel afhankelijk van wat we konden vinden, stelen, met alle risico ‘s die daar aan vast zaten. Het gelukte ons steeds om aan het eten te blijven, ook door weer te ruilen onderling. De bewakers deden ook niet moeilijk meer, die zagen het einde ook naderen. Sommige dagen hoorden we de kanonnen in de verte al bulderen. Het front naderde met rasse schreden.

Dat was dan ook de reden dat we op een morgen het bevel kregen om ons reisvaardig te maken. We moesten zo veel mogelijk meenemen want we zouden hier wel niet meer terug komen werd er gezegd. Wij pakten zoveel mogelijk kleding en eten en gingen het onbekende tegemoet. We gingen omhoog en al spoedig bemerkten we dat we weer teveel meegenomen hadden. Bij de eerste rust werd al het een en ander weggegooid. We waren nog maar op de helling toen er al weer luchtalarm gegeven werd. Nu was er geen schuilplaats en ik kan me nog goed herinneren dat we de bommen uit de vliegtuigen zagen vallen en in het dal ontploffen. We sjouwden de hele dag tot de lagerfuhrer het genoeg vond en bij een boerderij inkwartiering eiste. Die waren helemaal niet blij met ons, maar tegen militairen verzet je je niet als Duitser. Zodoende waren we onderdak, maar eten was niet veel wat we kregen want voor honderd man is het teveel ook al heb je als boer wel wat. Gelukkig hadden we zelf nog heel wat. Ik kookte nog wat tarwemeel pap, al ging dat wel ongelukkig op een vuurtje tussen twee of drie stenen en dan in een etensketel. Ik kreeg het aan de kook en als je honger hebt smaakt alles. De volgende dagen bleven we maar lopen en tevens uitkijken of er wat te versieren viel. Veelal vonden we nog wel wat aardappels die nog in de kuilen op het land lagen onder winterdek. Hoeveel dagen we gelopen hadden weet ik niet meer maar we stopten in Bertelsdorf, een klein dorp op een helling. We kregen onderdak op een zolder in de schuur met behoorlijk stro, en met onze jassen aan bleven we toch nog aardig warm in de nacht. We kookten maar weer wat pap en een aardappel, kregen ook van de boer nog wat. De lagerfuhrer wist in Liebstad, een stadje in het dal zelfs nog brood te versieren. We bleven nu hier want het had geen zin meer verder te gaan het front was aan alle kanten en dat konden we wel horen ook.

In een nacht hoorden we buiten lopen, wisten niet wat het was, durfden ook eigenlijk niet te gaan kijken. Toch gingen er een paar jongens naar buiten en troffen daar een paard aan. Het was een paard van de Weermacht, dat zag je aan het stempel. Die gaan we slachten werd er gezegd, maar hoe.? Toch maar iemand van de bewaking gevraagd of hij dat paard dood schieten wou. Nou, daar was geen sprake van. Toen de boer opgetrommeld of die bereid was te helpen. Ook niet maar als we zijn kookketel gebruiken wilden mocht dat. Toen wisten we genoeg. Er waren slagers bij ons en hadden binnen de kortste keren het paard gedood en gevild. Toen in stukken en de ketel in. Nu wilde iedereen meewerken, zelfs onze bewakers. Die nacht hadden we volop te eten en lagen we luid te zingen. Kees, hij kwam uit Scheveningen droeg als vanouds zijn verhaal van Piggelmee in de stenen pot voor, we hadden het al wel tien keer gehoord!! Stel je voor zo een honderd man praktisch in het donker in het stro en dan luisteren naar een kinderverhaal!! Af en toe kwamen ze met een schaal met stukjes vlees die uitgedeeld werden. Toen het licht werd was er bijna niets meer over van het paard en moesten we de restanten die niet eetbaar waren in een diep gat begraven. Verschillenden van ons gingen ook eens een kijkje nemen in Liebstad en kwamen terug met verhalen dat ze daar van de vrouwen eten gekregen hadden. Het was natuurlijk sterk overdreven maar ik kon het toch niet laten om ook een keer mee te gaan. Ja, een snee brood dat kon er nog wel af maar veel was er ook niet te halen.

Een paar dagen later moesten we weer weg, we hadden niet veel meer om mee te nemen. De hele morgen weer omhoog lopen en na de middag kwamen we voorbij een soort hospitaal waar vele gewonden lagen. We waren nog maar net om de eerste haarspeld bocht naar beneden toen er geschoten werd. Wij vluchtten het bos in. Daar werd me toch geschoten, vreselijk, de takken van de bomen. Wij kropen zowat in de grond. Dat duurde zeker een half uur, een heel lang half uur. Toen werd het angstig stil. We hadden ontzettende dorst en beneden was een beekje. Twee man zou voorzichtig gaan kijken. Toen ze bij de weg kwamen zagen ze tanks en dat waren Russische. Ze waagden zich op de weg en er stopte een tank en nu konden ze uitleggen en laten zien dat we krijgsgevangenen waren. De Russen, jonge kerels, gaven wat eten en zeiden “Damoy “ wat zoveel betekende als ga maar naar huis. De mannen riepen nu:â€? Jongens kom maar naar beneden, het zijn de Russen .â€?  Het was die dag 9 Mei en we waren vrij.....

 top

We zijn vrij

 

                                    De Russische tanks reden verder en daar stonden wij, wat moeten we nu ? Onze bewakers waren verdwenen en nu waren we geheel op ons zelf aangewezen. Direct was er al verschil van mening over waar we naar toe zouden gaan. Wij gingen met een groep terug en na een half uur lopen waren we weer bij het hospitaaltje waar we eerder ook langs gekomen waren. Het was helemaal verlaten, dus vonden wij dat we dat nu wel konden gebruiken voor de nacht. Het was wel een grote bende, kennelijk was heel vlug ontruimd. De Russen waren er ook binnen geweest dat konden we wel zien. Gelukkig vonden we ook nog etenswaren en wel zoveel dat we voldoende hadden, ja het werd nu zelfs nog leuk, bevrijd en de maag vol, ons eens lekker gewassen,  wat wil je nog meer. We waren echter wel erg vermoeid van de laatste dagen lopen slechte plaatsen om te slapen en weinig eten. Nu hadden we gegeten en bedden dus al spoedig sliep de hele ploeg. We waren nu nog met een 25 man, de rest was een andere kant opgegaan.

Toch gingen we de volgende morgen op pad en dachten dat de noordelijke richting wel goed zou zijn. Na een paar uur lopen wisten we niet wat we zagen…. daar kwam het Russische leger ons tegemoet !!! Wij zagen er haveloos uit, maar wat we toen tegen kwamen tart elke beschrijving, wat een troep was dat !  Op een soort huifkarren met twee paarden ervoor zaten of lagen een stel Russen met een geweer en soms een mitrailleur, soms nog een paar bossen stro in de wagen. Een stel brood magere paarden ervoor, enkele nog kreupel ook. Mannen met grote snorren, vuil en haveloos gekleed.

Toen ze ons zagen hielden de eersten halt. We dachten wat zullen we nu beleven, maar ze kenden maar èèn woord, en dat was oer, wat betekende dat ze onze horloges wilden hebben. De meesten hadden geen horloge meer, dat was al lang geruild, maar toch pikten ze er nog een paar af. Wat een stel rovers!! Ze kregen al vlug door dat wij ook maar een stel arme sloebers waren, en lieten ons verder met rust. De hele verdere dag liepen wij hier tegen in en af en toe probeerden ze toch nog of wij nog horloges hadden, er waren er bij die om elke pols drie horloges hadden. Er was voor ons toch nog iets van belang, wat was n.l. Het geval? Die Russen hadden zeker ergens een conserven fabriek geplunderd, want overal lagen lege blikjes van gecondenseerde melk. Ze hadden er gewoon twee gaten in gestoken en zo leeg gedronken. Toen wij ze open sneden bleken ze lang niet leeg en hadden wij ook gecondenseerde melk zat. Het was voedzaam en zoet en alles kleefde op den duur. Eindelijk kwam er een zijweg en zijn we die maar ingegaan. Toen waren we ze kwijt en konden eens rusten en overleggen wat we verder zouden doen. Na nog een uurtje lopen kwamen we in een dorp wat geheel verlaten was, alles was gevlucht voor de Russen die altijd door de nazi’s afgeschilderd waren als barbaren. Nou, wat wij er van gezien hadden was ook niet veel beter. Er was een café en daar gingen we naar binnen. Alles was inderhaast overhoop gehaald, en geplunderd, maar boven op een zolder vonden wij toch nog wat te eten, kennelijk weggestopt. Het bijzondere was dat we een hele zak met amandelen vonden. Weer hadden we onderdak en eten en overal lagen er te slapen.

De volgende morgen maar weer verder hopende dat we goed liepen om de Amerikanen te bereiken. Er stond zo maar een paard aan de kant van de weg, heel mager en ook nog kreupel. Maar een paar van ons zagen de mogelijkheid om dat paard mee te nemen en laden er hun bagage op, en dat werd al meer. Wat hadden ze een lol en het paard liep rustig mee. Het duurde echter niet lang, we kwamen weer een stel Russen tegen en die hadden een paard dat nog slechter was als dat van ons. Ze pakten het dan ook meteen af en lieten een andere staan maar die kon bijna niet meer lopen!! Toen hebben ze die ook maar laten staan. We aten de hele dag amandelen maar je kreeg er zulke pijnlijke kaken van dat je bijna niet meer kauwen kon. We waren weer een berg (heuvel) opgesjouwd en waren bekaf toen we boven waren, het was nu ook nog bloedheet. Gelukkig geen Russen meer en na een flinke rustpauze verder naar beneden. We kwamen weer in een dorp maar dat was niet verlaten want we zagen wel geen mens maar achter de gordijnen keken ze naar ons. Het waren alleen de vrouwen die nog aanwezig waren maar ze waren zo bang voor de Russen dat ze niet te voorschijn durfden te komen. Wij ontdekten een prachtig zwembad, dat was nog eens wat. Binnen de korstte keren lagen we er bijna allemaal poedelnaakt in, vrouwen of geen vrouwen. Anderen hadden nu toch contact gemaakt met enkele van de moedigste vrouwen en toen ze hoorden dat we Hollanders waren gingen alle deuren voor ons open.!! We kregen eten en drinken, alles wat ze hadden. Wij waren met z’n drieën bij een jonge vrouw, hadden een gezellige avond en kregen een mooie slaapkamer met een groot bed. Een prachtig dekbed er op, wat een luxe. Het bed was echter zo zacht, dat waren we niet gewend, konden niet slapen en al vlug lagen we op de grond en sliepen toen wel. !!

  top

Naar de grens

 

 

Wat is het toch een genot als je verschillende talen goed spreekt, want Arie v.d.Berg had hele gesprekken met die vrouw ‘s avonds. Wij konden wel wat mee praten maar toch niet zoveel. Hij kwam nu ook te weten welke weg we moesten volgen om bij de grenslijn te komen bij de autobahn waar aan de ene kant de Russen en aan de andere kant de Amerikanen stonden. Het liefste had die vrouw gehad dat we nog een paar dagen bij haar bleven en dan mocht Arie wel bij haar op de kamer slapen!! Mooi aangeboden maar onze bedoeling was om zo snel mogelijk in de Amerikaanse zone te komen. We kregen nog heel wat eten van haar mee toen we weggingen want het was zeker nog 40 kilometer lopen en erg dun bevolkt. Vol goeden moed gingen we weer op weg maar in heuvelachtig terrein en met een brandende zon loopt het niet erg lekker. We konden dan ook niets vinden in deze bossen waar de weg doorheen ging. Noodgedwongen sliepen we de nacht maar in het bos en wasten ons ‘s morgens in een beekje. Het water was erg koud, dat weet ik nu nog maar het friste wel op. Verder ging het weer. Nu ontmoetten we al anderen die ook diezelfde richting uitgingen. Het waren ook krijgsgevangenen, en civiele arbeiders die gedwongen waren in Duitsland te werken en dat van vele nationaliteiten. Gelukkig dat we nog wat te eten meegekregen hadden want nu was er echt niets meer te begaan, iedereen zocht naar iets eetbaars. Het werd steeds drukker en in de namiddag werd er al volop gekampeerd langs de weg. Bij nadere informatie bleek dat de Russen niemand doorlieten en op alles wat over de weg naar de Amerikanen wilden schoten ze. :�� Nou, dat zullen we dan wel eens zien,� zei Arie. Wij liepen door tot we door een Rus werden tegen gehouden. Arie probeerde in zijn beste Engels te vertellen en te laten zien dat we krijgsgevangenen waren, en over die grens wilden maar het enigste wat hij zei was:� njet ,� We mochten er niet overheen.!!

Wat stond ons nu te doen? We liepen eerst maar eens een eind terug en namen maar een rustpauze om eens op ons gemak te beraadslagen wat te doen. Intussen kwamen er steeds meer mensen en ook die mochten niet verder. Allemaal langs de kant van de weg, het was een rotzooitje van jewelste. Niemand had eten maar gelukkig was er een beekje waar je uit kon drinken. Met zijn allen besloten we als het donker wordt lopen we nog een eind terug en gaan dan door het bos tot aan de autobahn. We moesten van de anderen niemand mee hebben dus vertrokken we stiekem. In het donker liepen we nu door het bos   en probeerden zo goed de richting te houden naar de autobahn. Loop maar eens in het donker door een verwilderd bos, een vreselijke tocht werd het, waar waren we aan begonnen. Het leek uren te duren en we dachten al dat we verdwaald waren toen we ineens toch bij de autobahn aankwamen. We waren nu ook al doodop en wachten het eerst maar eens af. Het bleef echter stil, ja, doodstil zelfs. We besloten te loten wie er het eerste overheen zou gaan en als er dan niets gebeurde zou de rest volgen. Zeer gespannen volgden we de eerst man, er gebeurde niets.!! Hij verdween aan de overzijde in het bos... Nu liepen we allen, maar èèn voor èèn , de weg over. De hele groep kwam behouden aan de andere kant en ging toen weer verder door het bos. We hoopten dat we eens aan een weg zouden komen. Door taai volhouden en elkaar moed inspreken bereikten we inderdaad na een paar uur een landweg waar helemaal kapot neervielen. Hoe lang we daar gelegen hebben weet ik niet meer, maar heel lang. Plotseling riep er iemand dat er in een stofwolk in de verte een vrachtauto aan kwam. Wij kropen meteen weer weg want we wisten niet of het een Amerikaanse of een Russische zou zijn. Toen hij dichterbij kwam zagen we tot onze grote opluchting dat het een Amerikaanse vrachtwagen was. Ze zagen ons en stopten meteen, wat waren wij blij. Vlug werd er verteld wat we waren, we kregen meteen wat te eten en sigaretten voor degenen die rookten, en mochten instappen om mee te rijden. We zaten op elkaar geperst maar het was toch luxe voor ons. Na een hele tijd rijden kwamen we in de bewoonde wereld en reden door een stad. Ze brachten ons naar een vliegveld  en toen wisten we pas dat we in Erfurht beland waren. Heel veel krijgsgevangenen waren hier samen gebracht, vooral veel Amerikanen. Eten en drinken kregen we nu volop, wat een weelde !!! We werden ingeschreven en kregen slaapplaatsen aangewezen. Nu kwamen we eerst recht tot rust!!!

 top

Vliegveld Erfurt

 

We wisten niet wat we zagen de andere morgen. Het was me toch een drukte, wat was nl. Het geval.? De Amerikanen gingen met vliegtuigen naar huis. Ze mochten echter niet meer dan tien kilo aan goederen meenemen en ze hadden veel en veel meer. Nu moesten ze gaan sorteren wat wel en niet meeging. Dat was grote lol voor ons en het eerste wat we deden was ons een stel nieuw ondergoed aantrekken want dat van ons stonk zo langzamerhand. Ik vond een mooie houten koffer-kist en vulde die met allemaal spullen die ik vond, hoofdzakelijk kleding. De overjas die ik zelf had was niet veel meer en nu had ik een helemaal nieuwe. We bleven zoeken en weer weggooien we hadden veel pret. De koffer was toch op den duur gevuld met goede spullen, maar wel zwaar. Nu hoopten we maar dat we er niet te ver mee moesten lopen.

Het was 21 Mei en ik vierde, nou vierde, mijn 26 ste verjaardag... Een dag later werd ons meegedeeld dat er een trein klaar stond en dat we daarin mee konden richting huis !! Wat een gedoe, maar nu volgde nog iets waar we echt niet meer aan gedacht hadden, we moesten weer ontluisd worden !!! Bij de ingang van het station stonden twee grote negers, een sigaar in het hoofd en die moesten iedereen ontluizen. Dat ging als volgt, heel gemakkelijk, ze duwden een slang in je gulp en pompten net zo lang tot de DDT bij je nek er uitkwam. Bij ons was dat nu weer niet zo erg, maar er gingen ook burgers mee met de trein en ook vrouwen en meisjes. Dan hadden die negers de meeste lol want nu duwden ze de slang in de broek van het vrouwvolk en spoten er lustig op los, en ze moesten niet weigeren want dan maakte je het maar extra erg. Er is wat afgelachen.

Iemand regelde dat er niet meer dan dertig mensen in een goederen wagon gingen, het duurde natuurlijk eindeloos. Een heel lange trein was het met een grote stoomlocomotief er voor. Op de locomotief was een Duitse machinist en ook een stoker maar daar stond ook weer een neger met een geweer bij voor toezicht. Het was warm en benauwd in die wagon maar Wim Lagrand en ik vonden een paar planken en spijkerden die tegen het remhuisje aan en konden toen lekker buiten bovenop de trein liggen. We kregen allemaal een half brood en een blik met een soort vis er in. Toen we het open maakten leek het wel olie met vis. Wij waren er voorzichtig mee maar sommigen aten de vis meteen op en dat zou ze later berouwen want velen raakten aan de diaree. Met veel gesis en wolken stoom ging de trein onder gejuich van ons eindelijk rijden. Dat ging eerst stapvoets want er liep een Duitser voor de trein om te kijken of de rails wel goed was. Toen we buiten de stad waren ging het wel vlugger maar toch erg traag. Soms stopte de trein zomaar ergens midden in het land en dan sprongen er hele groepen uit om hun behoefte te doen. Als er dan een heleboel gehurkt zaten trok die neger aan de stoomfluit ten teken dat ze weer gingen rijden. Iedereen rennen met de broek nog half naar beneden maar dan bleef hij toch staan. En die vent maar lachen met zijn sigaar in zijn mond. Soms reed hij ook werkelijk weg maar wel zo langzaam dat iedereen hem wel inhalen kon. Ergens bleven we op een station staan en kregen we waarachtig na heel lang wachten allemaal warm eten. In de avond stopte de trein en bleef staan tot de volgende morgen.

Dat ging zo enkele dagen en via Frankrijk en België kwamen we eindelijk in Maastricht aan . Vandaar ging het verder naar Weert waar een kazerne was en wij ondergebracht werden. De volgende dag volgde registratie , we kregen 50 gulden en een briefje dat we drie maanden verlof kregen. De nodige papieren en bonnen voor eten kregen we daar ook al. Nog een nacht en toen konden we met een vrachtauto mee die ons met nog een heel stel anderen naar huis zou brengen. Na Amsterdam hadden we de ruimte want er waren er nog een paar uit Den Helder en Klaas en ik. Het was intussen al avond geworden en die chauffeur zei dat hij niet genoeg benzine had om ons verder dan de Stolpen aan het Noord Hollands kanaal te brengen. Ze verkochten natuurlijk wel benzine, maar wij stonden om half èèn in de nacht nog 12 kilometer van huis met onze koffers op de weg. Een stukje lopen, dan weer rusten, dat ging niet snel maar die koffer laat ik nu niet meer staan ,zei ik en Klaas ook niet. Wat zagen we opeens ? Daar kwam warempel een auto aan. We zetten de koffers midden op de weg zodat hij wel stoppen moest. Die man keek even heel vreemd . Wij ons verhaal verteld en tot onze opluchting zei die man :� Ik breng jullie thuis. “ Eerst Klaas naar de Bonkelaarsdijk bij Schagen en toen bracht hij mij ook nog naar Kolhorn. Het was de groenteboer uit Schagerbrug die zij ondergedoken auto probeerde . Om 1 uur in de nacht stond ik aan de deur thuis tot stomme verbazing van vader en moeder. Ze hadden ruim een half jaar niets meer van mij gehoord.!!! HET WAS 1 JUNI 1945...

 

 

 

Dit is wat ik mij in de winter van 1997 – 1998 nog herinnerde. Natuurlijk zijn er veel meer dingen gebeurd maar dat weet ik niet meer zo goed. Een ander zal heel andere verhalen hebben…

 

             A.G.v.d.Kreeke

 

maandag 2 maart 1998

 top

Foto

 Baretta Han van wegen-Everts-van Schie-Jan Roos-Joosen

     Henk Evers-J.Duiverman-Willem de Jong-J.V.Ginneken

                                                                                                                         J.van Ooien-Van Weert

 

Han Met-J.Zeegers-Theo van Tienen-J.Roos-Baretta-

F.Bokhoven-A.Joosen-J.Bezemer-W.van Dorp-K.Kok

 H.v.d.Horst-H.Met-A.Slijkhuis-C.Blokker-G.v.Leer-J.Muijsen-Joosen

 

 

 

 

 

 

Van Schie-J.van Tijlingen-H.van Weerden-Doekes-Gerritsen-J.van Nielen-Merkenstein-Rijneveld-F.Mooy-P.v.d.Leden

   Van Schie-J.van Tijlingen

Veel namen zijn bij mij bekend. Informatie hier